Het Aamsveen, na de brand (3)

Kijkhut nu (Foto: Dick Waanders)

[1 augustus 2011]

Twee maanden na de brand ziet het er allemaal heel anders uit. De hut is nu weer veilig te betreden, maar nog altijd provisorisch gerepareerd. Vanuit de hut hebben we een goede blik op het hele gebied.

Alles groen (Foto: Dick Waanders)

Groen is de kleur die nu overheerst in het voorheen zwartgeblakerde gebied.

Restant van de brand (Foto: Dick Waanders)

Direct vóór de hut is de brand tot staan gebracht door de brandweer.

Rode padstoelen (Foto: Dick Waanders)

De brand heeft voor vuurrode padstoelen gezorgd. Terwijl we hier vroeger zelden padstoelen aantroffen.

Steen en wolk (Foto: Dick Waanders)

Grenssteen 845-A tekent zich mooi af tegen de bewolkte hemel.

Steen en mens (Foto: Rita Melgert)

De verhoudingen worden hier duidelijk.

Twee stenen op rij (Foto: Dick Waanders)

Gp 845-A en 845-B staan op zichtafstand van elkaar.

Smoezeltop (Foto: Dick Waanders)

Gp 845-B ziet er wat smoezelig uit aan de top.

Top down (Foto: Dick Waanders)

Daarom nemen we nu eens een foto van boven naar beneden, staande op de hoge sokkel.

As onder de varens (Foto: Dick Waanders)

Op sommige plekken is de aslaag nog centimeters dik.

Gp 845-C (Foto: Dick Waanders)

Gp 845-C staat ogenschijnlijk ingeklemd tussen twee dunne stammetjes, maar dat is optisch bedrog.

Eenzame kikker (Foto: Dick Waanders)

In het meertje bevindt zich nog een eenzame groene kikker. We horen verder geen gekwaak. Op deze plek komen we tot de conclusie dat het Aamsveen doodstil is. We horen hier geen vogels, we zien geen vlinders en libellen en er ritselt weinig in het gras en tussen de varens.

Veel padstoelen (Foto: Dick Waanders)

Wél verwonderlijk is het grote aantal padstoelen op de asgrond. Het lijkt daardoor alsof het al herfst is, maar het is nog maar net augustus.

Mini-pad (Foto: Dick Waanders)

Bij het meertje treffen we nog een jonge bruine pad aan. Hij kijkt verwonderd de wereld in, alsof hij zich afvraagt hoe het nu verder moet.

Modderpad (Foto: Dick Waanders)

Dat vragen wij ons soms ook af, als we vanwege de modderpoelen niet weten hoe we onze voeten droog moeten houden.

Geschroeide steen (Foto: Dick Waanders)

Gp 845-F staat zoals altijd hoog en droog, maar is enigszins aangetast door het hevige vuur.

Hoge varens (Foto: Dick Waanders)

Van enige afstand is hij nauwelijks meer te zien door de metershoge nieuwe varens.

Monsterpad (Foto: Dick Waanders)

Vergelijk het jonge padje met dit oudere “monster”. Ineens zien we dit dier dat moeizaam over het wandelpad voor ons loopt. We vrezen voor zijn levenskansen want aan de voorzijde is er duidelijk iets mis. Zijn ogen aan de zijkant zijn nauwelijks meer te zien, en de grote open gaten moeten zijn neusgaten zijn. Op een foto van de zijkant is te zien dat er als het ware een deel van zijn voorkant is afgesneden. Of dat door de brand gekomen is of door een andere oorzaak, kunnen we niet vaststellen. *

Gp 845-G (Foto: Dick Waanders)

Bij deze stenen “wachter” slaan we linksaf, om vervolgens te constateren dat de schade veroorzaakt door de brandweer goeddeels hersteld is.


* Reacties van natuurdeskundigen

Harry van der Sleen stuurde ons een waardevolle aanvulling, afkomstig van een bevriende natuurdeskundige:

“Oei wat 'n smerig plaatje, die Pad met die aangevreten kop. Maar dat komt niet door de brand. Hij is het gruwelijke slachtoffer van de Groene Paddenvlieg, een parasiet. Ja, ja de natuur is soms erg wreed.
Veel paddenstoelen, ja, dat komt vaak voor na brand, dan zitten er ineens enorm veel mineralen in de bodem. Vandaar ook die explosieve groei van Adelaarsvarens die ik op de foto's zag... daar ben ik dus niet zo blij mee!”


Hans Hermans weet veel van planten, en schrijft:

“Het akelig fenomeen van de misvormde pad kende ik nog niet. Ik kon het ook niet vinden in mijn boeken.
Ik zit redelijk goed in de plantenwereld en weet waarom Struikheide plaats moet maken voor Adelaarsvaren. In principe zijn het alletwee planten van de zure (kalkarme) grond, maar Adelaarsvaren kan net iets meer nitraten (b.v. stikstof) hebben dan Struikheide. Omdat de zure regen steeds meer nitraten aanvoert, wordt het milieu voor Adelaarsvaren steeds beter en voor Struikheide omgekeerd evenredig slechter. Een ander aspect is de vochtigheid. Adelaarsvaren kan veel vocht verdragen en bij wijze van spreken met de wortels in het water staan. Maar Struikheide heeft een hekel aan te veel water. Haar zusje Dopheide (of Erica)  daarentegen, kan zelfs meer water hebben dan Adelarsvaren, maar heeft ook een hekel aan nitraten.
Ik kan me wel voorstellen dat de Struikheide die nu bloeit, mooier bloeit dan ooit. De bloemen staan op het jonge hout. Feitelijk zou de heide ieder jaar 'gefakkeld' moeten worden, maar dat moet deskundig gebeuren.

Bloeiende heide (Foto: Dick Waanders)

Waaraan kan het liggen dat het in het Aamsveen zo muisstil is? Voor vogels, vlinders en andere insecten is het nu een kleine moeite om het gebied opnieuw te bevolken. Zou het kunnen dat zij de aslucht nog steeds ruiken en daar intuitief bang voor zijn. Als het daar echt zo vochtig is, als op de foto, zullen de adelaarsvarens verder toenemen. Koningsvaren wil het nog vochtiger, maar daarvoor is het nitraatgehalte in het Aamsveen te hoog. Zo zie je dat heel kleine nuances een heel ander florabeeld tot gevolg hebben.”

Heide en Varens (Foto: Dick Waanders)

Het zijn treffende foto's en daarop ziet een geobotanicus nog iets. Bijna alle planten zijn indicatief. M.a.w., ze zeggen ons iets over de bodemgesteldheid. De Adelaarsvaren zegt ons dat de stikstoffen in de bodem toenemen. Op de foto zie ik een goede vriend van de Adelaarsvaren. Dat is de Bochtige Smele, een grassoort die de kop opsteekt als de nitraatwaarden van de bodem stijgen en het milieu zuurder wordt. In het Aamsveen zullen mettertijd Struikheide en Dopheide door Adelaarsvaren en Bochtige Smele verdrongen worden. In plaats van Bochtige Smele zou er een andere grassoort moeten staan met de naam Pijpestrootje. Dat gras kan ook groeien op grond die veel minder zuur is en minder nitraten bevat. De naam zegt het al, de strohalm werd vroeger gebruikt om tabakspijpen schoon te maken.