Jan ten Hove: Grensgang

Een historische reis langs de randen van Overijssel

Grenzen zijn een fascinerend verschijnsel. Een onzichtbare lijn in het landschap, die twee gebieden van elkaar scheidt, roept bij veel mensen een intrigerend ‘grensgevoel’ op. Een speurtocht naar de veelzijdige geschiedenis van de grenzen van Overijssel biedt dan ook veel interessante aanknopingspunten. Tal van opmerkelijke grensverhalen kunnen in deze uitgave, die zal zijn gericht op een breed publiek, aan bod komen. Daarnaast gaat het om een uniek project, waarbij pionierswerk zal worden verricht. Per slot van rekening kan geen enkele andere Nederlandse provincie bogen op een uitgave die in de vorm van een historisch ‘reisgids’ het boeiende verhaal van haar buitengrenzen vertelt.

In de 19de en 20ste eeuw, toen Nederland zich ontwikkelde tot een eenheidsstaat en de binnengrenzen vervielen, werd de landsgrens met Duitsland de belangrijkste scheidslijn in Overijssel. Door de komst van de douane en grensbewaking ontstond voor het eerst in de geschiedenis een ‘gesloten’ grens. Daarnaast ontwikkelden de gebieden aan deze en gene zijde van de oostgrens zich onder invloed van de groei van de natiestaat en het opkomende nationalisme ieder in een eigen richting. De voorheen zeer geïntegreerde grensregio’s, die eeuwenlang taal, cultuur en historie deelden, kwamen steeds vaker met de rug naar elkaar toe te staan. De onderlinge verschillen namen toe, een ontwikkeling die door de Eerste en met name de Tweede Wereldoorlog werd versterkt. Pas enkele decennia na de oorlog werd dit proces door grensoverschrijdende samenwerkingsverbanden, met name in het kader van de Euregio, weer enigszins een halt toegeroepen. Het opheffen van de Europese binnengrenzen heeft echter niet geleid tot het verdwijnen van het ‘grensgevoel’.

Een verhaal over het ontstaan en de ontwikkeling van de grenzen van Overijssel is dus onvermijdelijk ook een verhaal over de geschiedenis van de provincie zelf. Het is daarbij interessant om te weten dat Overijssel ten aanzien van dit onderwerp een bijzondere positie in Nederland inneemt. Zo is het eerste uitvoerige grenstraktaat van ons land in 1548 tussen Overijssel en de graafschap Bentheim gesloten. Een ander opmerkelijk feit is dat langs de oostgrens van de provincie de oudste grenspalen langs de Nederlandse rijksgrens staan. Het vroegste exemplaar dateert uit omstreeks 1480, terwijl er ook nog diverse stenen uit de 16de, 17de en 18de eeuw aanwezig zijn. Een aardig voorbeeld is de volgens veel kenners mooiste grenssteen van Nederland, die langs de weg tussen Losser en Gronau staat. Bij deze driekantige ‘Drilandsteen’ uit 1659 kwamen vroeger de grenzen van de twee Duitse koninkrijken Hannover en Pruisen en het koninkrijk der Nederlanden bij elkaar. Maar weinig mensen weten dat hier tot ver in de 19de eeuw het naast Vaals enige andere ‘echte’ drielandenpunt van ons land lag.

Overigens kent Overijssel ook nog een aantal andere ‘drielandenpunten’, zoals op de grens van Overijssel-Friesland-Drenthe, van Twente-Salland-Bentheim en van Overijssel-Gelderland-Munster.

Jan ten Hove [6 april 2012]