De Wolfshuizen (Denekamp) 2

De oude nr. 34 (Foto: Aafke de Wijk)

ijk daar eens!
In de voortuin van het woonhuis staat een pracht van een grenspaal.
Op de voorkant staat in grote letters een H, daaronder BENTHEIM en vervolgens een nummer dat niet te reproduceren is op het toetsenbord van een computer. Het lijkt op No 10, maar het teken vóór de 0 herkennen we niet.
Op de achterzijde van de hoge steen staat OVERYSSEL en No 34. Dat nummer is niet zo vreemd, omdat het in de serie die we hier zoeken past.
Wat ons betreft is deze steen uniek. Het is voor het eerst dat we inscripties als deze zien. Wat wel vreemd is, is de plaats van de steen. Hier kan nooit de grens lopen, die moet achter langs de gebouwen lopen. De steen moet verplaatst zijn.

Gp 39 (Foto: Aafke de Wijk)

We rijden brutaalweg verder het erf op, in de verwachting dat de straat nog ergens verder gaat. Dat is niet het geval, en we zijn gedwongen om de auto op het erf te laten staan. We lopen vervolgens langs maisakkers die ons het zicht compleet ontnemen, en bereiken uiteindelijk een kale stoppelakker waar we een of meer stenen zouden kunnen aantreffen. Als we er in de verte eentje menen te zien staan, struikelen we bijna over degene die vlak voor onze neus staat.
Het zijn de stenen 39 en 40, en als de akker niet gemaaid was, hadden we ze nooit gevonden.
De landaanduidingen lopen hier door elkaar, soms is het N-H (Nederland-Hannover), soms N-P (Nederland-Pruisen) en op steen nr. 34 dus ook Overijssel-Bentheim.

We lopen terug naar het erf waar de auto staat. Helaas is daar nog steeds niemand te zien. Rondom het landbouwbedrijf moeten meerdere grensstenen staan, maar alles wat we nu kunnen zien zijn metershoge maisplanten op uitgestrekte akkers. Daarin vinden we de stenen nooit, en wie weet staan ze er ook niet meer.
We gaan nog even de steen met BENTHEIM erop beter bekijken, vooral het ene rare teken, en dan houden we het hier voorlopig even gezien. In de winter zal het makkelijker zoeken zijn.
Dan zien we links naast de oprit naar de woning waarvoor de grote steen nr. 34 staat, een karrespoor dat wel eens het verlengde van de verharde openbare weg zou kunnen zijn.
Ik stuur de auto het karrespoor op, en zo komen we plotseling bij het eerste menselijke wezen dat we hier zien. De man staat naast zijn trekker. Ik stap uit de auto en vertel hem in het Duits dat we op zoek zijn naar grensstenen.
Dat had de gemoedelijke jonge Duitse boer al gedacht, zo reageert hij, en hij snapt dat we ze willen fotograferen.
Er moeten er hier heel wat staan, zeg ik, en vraag meteen naar de grote steen in de voortuin. Daar loopt niet de grens, volgens mij.
De Duitse man geeft mij gelijk en legt meteen uit dat de steen elders in de weg heeft gestaan en dat ze hem toen naar die plek verhuisd hebben.
De andere stenen die we zoeken staan nog op hun plek. Drie ervan staan midden in zijn maisakkers. Ook deze landbouwer heeft de helft van zijn land in Nederland en de andere helft in Duitsland. Dat is altijd al zo geweest en dat heeft nooit problemen opgeleverd, volgens de man, die zowel plat als gewoon Nederlands verstaat.
De man helpt ons vriendelijk en bereidwillig en loopt zelfs met ons mee om aan te wijzen waar de stenen staan, en hij moedigt ons aan om gewoon de maisvelden in te lopen naar de drie stenen die daar staan. Die stenen zijn gemarkeerd met hoge palen die een goed oriëntatiepunt vormen. Behalve midden in het mais, dat is zó hoog dat we dan niks meer zien.

Gp 36? midden in een maisveld (Foto: Aafke de Wijk)

Gelukkig staan twee stenen op een ovaalvormig open veldje en daardoor zijn ze goed te fotograferen. Dat veldje is onstaan door het machinaal bewerken van het land en het ontwijken van de grenssteen.
De steen met opschriften N, No 41-I is in werkelijkheid nummer 37. Aan de blauwe plastic paal ernaast, die boven de maisplanten uitsteekt, weet de bestuurder van de oogstmachine dat hij er met een boog omheen moet.

37 (oude nummering 41-I) (Foto: Aafke de Wijk)

Alle andere stenen staan ook verdekt opgesteld, ze zitten onder struiken en onkruid. Zonder hulp van de Duitser hadden we ze nooit gevonden. Eigenlijk ben ik niet zo gecharmeerd van het roeien door de taaie maisstengels, en ik laat dat dan ook grotendeels over aan de andere leden van ons OT. Ik blijf wachten op een open stuk tussen de akkers en we onderhouden contact door naar elkaar te roepen.
Plotseling komt de grootste van de twee honden uit het mais opduiken, en hij begroet mij met een enthousiasme alsof we al jarenlang dikke vrienden zijn.

Het vervelende is dat we niet zeker weten of de steen die we aanmerken als nr. 36, dat ook werkelijk is. We vergeten de gegevens goed te noteren en op de foto is het plaatje onleesbaar geworden. Ook de graveringen bieden geen houvast. Steen 36(?) heeft het oude nummer 41-VIII en op steen 37 staat 41-I. Daar is dus geen logische sequentie in te ontdekken.

Het karrespoor komt uit bij de Rammelbeek. Tussen de open plek waar we nu staan en de beek moet ook een steen staan.
Bij oppervlakkig kijken is hij echter niet te zien. En eigenlijk leent het warme weer zich niet voor anders kijken, maar we doen het toch en we vinden de kleine steen. Het is nummer 33-III.

Bij de beek zouden we plusminus 50 meter moeten lopen om bij de volgende steen te komen, maar we zijn vergeten of dat nu linksom of rechtsom was.
We proberen het eerst linksom. Daar staat namelijk een oersolide uitkijkhuisje op een hoge plek langs de beek. Het houten huisje is geheel gevat in een metalen geraamte en staat op een metalen onderstel dat gemaakt lijkt om ermee te kunnen wegrijden. Maar zoals het nu staat, kan het geen kant meer op.

De (grensbewakings?)huisjes staan alle op bepaalde afstand van de grens, dus daaruit kunnen we opmaken dat we terug moeten lopen om de gezochte steen te vinden.
We vinden hem. Zoals de boer al had gezegd is de bovenkant beschadigd door bermmaaiers en is hij behoorlijk verzonken in de bodem. Op deze kant is nog net ‘Over’ leesbaar en aan de andere kant ‘Bent’. Dat zijn de helften van Overijssel en Bentheim. Het nummer van de steen is niet meer vast te stellen, maar volgens de kaart moet het 33 zijn.

Gp 33 langs de Rammelbeek (Foto: Aafke de Wijk)

Even recapituleren: op korte afstand van elkaar hebben we nu de nummers 33, 33-III en 33-V gevonden. Dat wil zeggen dat we er in dit rijtje drie nog niet gevonden hebben.
Dan hebben we nummer 34 (op de verkeerde plek), en 36 en 37 in de maisvelden. Blijven over de nummers 35 en 38.
Concluderend: ondanks dat we rondom deze bebouwing nu zo'n beetje een klein uur bezig zijn geweest, hebben we nog maar iets meer dan de helft van de stenen gevonden.

Soms zijn we in een gebied dat ik in mijn hoofd maar niet goed kan ordenen.
Dit is weer zo'n gebied. Ik heb steeds het gevoel dat er dingen niet kloppen, dat er op onlogische wijze iets is veranderd. Precies uitleggen kan ik het niet, maar ik weet wel dat er iets aan de hand is. Daarom vroeg ik ook spontaan aan de Duitse boer of er niet vaak ruzie is (geweest) tussen de Nederlandse en de Duitse eigenaren van de grondstukken. De man ontkende dat.
Met behulp van oude kaarten hebben we inmiddels wel geconstateerd dat er sedert 1900 behoorlijk veel veranderd is in het gebied.
De Rammelbeek liep anders en had enkele vertakkingen, in het kanaal zat de bocht op een andere plek, er waren veel meer weggetjes en paden, en een grote villa die nu in Duitsland staat, moet toen in Nederland hebben gestaan.

Verder