Glanerbrug/Glane 1

Zwaar en Mooi, of Bold and Beautiful, zou dit hoofdstuk kunnen heten. We lopen namelijk één van de zwaarste etappes tot nu toe. Daar staat tegenover dat het ook één van de mooiste is.

849 reflecterend in de Glanerbeek (dw)Zonder onze extravagante hobby, het verzamelen van grenspalen, zouden we nimmer op de plaatsen komen waar we nu komen. Nu we een duidelijke missie hebben - het bezoeken van grensstenen - voelen we ons minder indringers op andermans akkers en in ontoegankelijke bosjes dan we anders zouden doen.

De start is bij het Glanerbrugger stationnetje van de Deutsche Bundesbahn, die sedert enige jaren het enkelvoudige lijntje tussen Enschede en Gronau exploiteert. Het stationnetje, eigenlijk alleen maar een halte met één perron, ligt bijna op de grens.

Zoals op de eerste foto te zien is, draait het vandaag om water. Het eerste deel van de tocht volgen we de Glanerbeek, die de grens vormt.
Als we vanaf het station aangekomen zijn bij de beek, zien we dat die wel ondiep is, maar toch te breed om er doorheen te waden. Onder de spoorbrug zien we onze eerste steen staan. Zonder gekke capriolen uit te halen, komen we daar niet dichtbij, want hij staat aan de andere kant van het water. Eigenlijk zou er aan onze kant van de beek ook één moeten staan, maar die zien we niet.
Stuw met hek (aw)We lopen daarom de andere kant op, in de richting van Glane. Dat gaat makkelijk omdat andere wandelaars voor een mooi pad hebben gezorgd.

Na een paarhonderd meter komen we bij een stuw in de beek, en daaroverheen is een mooie brede weg gemaakt. Een klein minpuntje is dat er midden op de stuw een oerdegelijk hek staat met een oerdegelijk slot erop. Het is dus niet de bedoeling om hier over te steken.
De grenspaal die aan onze kant van de beek zou moeten staan, staat er niet meer. Die aan de Duitse kant wél. Opmerkelijk hier is 848-C Messpunkt (dw)dat beide nummerplaatjes (848 C) aan de zijkant van de brug zijn bevestigd, terwijl erboven ronde plaatjes geschroefd zitten met de tekst: Messpunkt (meetpunt). 't Is ons niet duidelijk wat er hier gemeten wordt of zou moeten worden.

Het mooie paadje houdt hier op en de kant van de beek is te schuin om te kunnen lopen, dus worden we gedwongen om het naastliggende weiland in te gaan. Verderop staan koeien en kalveren in de wei, maar zo te zien staan die achter een ander prikkeldraad.
Was het eerste deel van de Glanerbeek behoorlijk breed en gekanaliseerd, nu we een eind buiten Glanerbrug zitten, wordt die beek steeds smaller en kronkeliger. Het natuurlijke meandergedrag lijkt men niet te onderdrukken. Dat is tegelijkertijd prachtig en onhandig. Prachtig om te zien en onhandig omdat de tocht zo niet opschiet. We blijven de beek volgen, en we willen liefst naar de overkant. Daar verwachten we de grenspalen en daar zijn geen weilanden met koeien.
Na een linkse bocht komen we angstvallig dicht in de buurt van de koeien. Het blijkt dat ze ook in het deel van het weiland waar we nu lopen kunnen komen, want er is een opening in de afrastering, maar de beesten blijven netjes in hun eigen deel.
Nu zijn we vlak bij ze, en het zijn er veel. Als ze met zijn allen besluiten om lastig te worden, dan kan dat vervelende gevolgen voor ons hebben. We wapenen ons dan ook met een stevige stok.

849-duo aan weerszijden van beek (dw)Bij een scherpe bocht naar rechts staan een paar bomen en is er een soort afvalhoekje, waardoor we even het weiland kunnen uitstappen zodat we buiten het bereik van de grazende beesten zijn. In deze scherpe bochten van de beek zouden we toch grensstenen verwachten, maar ze laten zich niet zien.
Dan maar weer verder door het weiland. Kort daarop treffen we de twee 849's, die aan weerszijden van de beek staan. Vanuit het weiland kunnen we ze redelijk goed vastleggen.
Pas op de terugweg concluderen we dat de grens hier de beek verlaat en een scherpe bocht naar rechts maakt.
Nu denken we dat we de beek nog steeds moeten volgen. Die wordt alsmaar kronkeliger en om hem te kunnen volgen moeten we eerst het weiland weer uitstappen. Dat gaat met de nodige moeite gepaard, want erachter is een dicht bosje met stekelige struiken zodat we aardig bekrast raken. Wat je al niet over moet hebben voor je hobby!

Het stuk bos waar we nu zijn ziet er tamelijk “oer” uit, evenals de grillige beek. Er staan ook oeroude bomen en er valt heel wat te fotograferen. Jammer dat een enkele plastic fles die er ligt ons doet beseffen dat we niet de enige mensen zijn die hier ooit geweest zijn. Wel kunnen we rustig stellen dat het er minder zijn dan er in vijf minuten door de Amsterdamse Kalverstraat paraderen. Grappig dat ik over de Kalverstraat begin, want de kalveren in de wei staan ons nog altijd met verbazing aan te staren. En het lijkt alsof ze aan het onderzoeken zijn wat we daar net deden.

Het bosje en de beek worden te onvriendelijk, en we moeten weer een andere manier zien te vinden om onze weg te vervolgen. Met een paar listen weten we een slootje te bedwingen en komen we terecht in een grasveld zonder beesten. Maar wel met opvallende oude bomen. We ruiken een brandlucht, en als we goed kijken zien we dat er een aantal bomen in brand hebben gestaan. Het lijkt er zelfs op dat er een vuur is geweest tussen de bomen.
We realiseren ons dat we waarschijnlijk op grond lopen van het Syrisch-Orthodox klooster dat we duidelijk zien staan. Over een muurtje hangen een aantal mensen (kloosterlingen?) die ons duidelijk aan het observeren zijn. We lopen natuurlijk stoïcijns verder. Nog altijd zoveel mogelijk de beek volgen, hetgeen lang niet altijd goed mogelijk is. Grensstenen komen er niet meer voorbij, en we gaan ons afvragen of we nog altijd de grens volgen. We willen graag een keer naar de andere kant van het water, maar er is geen mogelijkheid om over te steken. Aan het gebruiken van een oude boomstronk over het water, wagen we ons toch maar niet. Het is mooi weer, maar voor een nat pak voelen we weinig, om maar niet te spreken over iets ernstigers.

De beek kronkelt zo dat we nu al wel een half uur in de buurt van het klooster zijn, het lijkt of we er maar niet voorbij komen.
Na weer een scherpe bocht hebben we uitzicht op een akker, en daar zien we weer een grenssteentje staan. Als we goed speuren zien we aan de andere kant van de akker ook nog een hoge obelisk staan. Nu moeten we wel oversteken. Iets verderop lijkt het alsof er een mogelijkheid komt, maar het is alleen maar een enorme haarspeldbocht in de beek. We verbazen ons erover dat we zoiets nog hebben in Overijssel.

Klooster Glaan brug (dw)Op niet al te grote afstand zien we auto's rijden over een weg. Die weg moet de beek kruisen, en daar moet dus een brug zijn.
Na nog wat bochten en gesjouw door een rulle akker komen we eindelijk uit bij die weg en die brug. Volgens het bord dat er staat heet die brug: “Klooster Glaan brug”.
En zo steken wij eindelijk de Glanerbeek over.

Ik geloof dat we op de Glanergrensweg zitten en aan het eind daarvan kunnen we duidelijk het voormalige grenskantoor van het Nederlands-Duitse plaatsje Glane zien staan.
We slaan weer rechtsaf en zo moeten we weer bij de grens uitkomen. Dat blijkt al gauw juist te zijn, want we zien een forse obelisk in de verte staan, wat zeg ik: we zien er twee staan, wat zeg ik: we zien er drie staan! Drie obelisken in één blikveld.
Gelukkig zien we ook onze eerste bank voor vandaag, en daar zijn we hard aan toe. We hebben al twee uur geklauterd door weide, bos en akker. En we moeten nog hetzelfde eind terug ook. Verder