Ebbenbroek 2

Op de dag van koningin Juliana's begrafenis doen we deel twee van onze wandeling Balderhaar - Vennebrügge.

Witte bank naast 105-I (dw)Links naast substeen 105-I treffen we een eenzame witte bank aan, met daarnaast een onduidelijke stalen constructie. Volgens de kaarten moet er hier ergens een kampeerplaats zijn, maar wij zien er geen spoor van.

In de lager gelegen Nederlandse weilanden staat het gras nog laag, dus daar kunnen we het grootste deel van de wandeling gebruik van maken.
Gelukkig staan alle woningen en boerderijen op grote afstand, en worden we dit keer bijna nergens gestoord door actieve boeren.
Als we bij lastig te nemen afrasteringen komen, gaan we het bos in. Maar daar is geen enkel goed begaanbaar pad te vinden, dus blijven we maar door de weilanden lopen.

105-II met andere stenen (dw)Substeen 105-II staat onder een boom, en als ik ertegen leun om een trillingsvrije foto te maken, zie ik te laat dat de boom helemaal onder de rode bosmieren zit.
En een aantal van die mieren heeft al de overstap gemaakt naar mij en de kleren die ik aanheb. Dat wordt dus een kleine uitkleed- en uitklop-partij. Het is nog maart, dus de mieren zijn vroeg dit jaar. Vorig jaar zagen we eind april nog geen ongedierte. Met excuses aan de mieren voor het woord.

Als het bos ophoudt, zien we voor het eerst een geheel stalen uitkijkhuisje. Hij staat precies op de grens, in een Nederlands weiland. Het huisje is bijna geen huisje meer, er kunnen meerdere personen in en het ding, dat op wielen staat die helemaal in de grond gezakt zijn, heeft grote dichte ramen. We kunnen niet kijken hoe het er binnen uitziet, want er hangt een degelijk hangslot aan de deur.
106 staat schuin (dw)Een paar meter verder staat grenssteen 106. Hij heeft een zware nacht gehad, want hij valt bijna om. In een onbewuste poging om dat te corrigeren moet ik de camera ook schuin gehouden hebben, maar het blijft een scheef gezicht.

We lopen verder totdat het gras aan Nederlandse zijde ophoudt en we verder moeten door het rulle zand van de Duitse akker.
We komen uit op een “knooppunt” van weilanden, met verschillende soorten afrasteringen en de situatie is hier niet helemaal duidelijk. Als de grens kaarsrecht doorloopt, dan liggen de volgende weilanden half in Nederland en half in Duitsland.
106-I zonder naamplaatje (dw)Hier zou grenspaal 106-I kunnen en moeten staan, en als we goed kijken zien we daadwerkelijk iets wat op een substeentje lijkt.
Ook als we het gras wat wegtrappen zien we echter geen nummerplaatje, maar we houden het erop dat dit nummer 106-I is.

Omdat de vooruitzichten op het bereiken van volgende stenen minder goed lijken, gaan we dezelfde weg terug.
Bij steen 106 gaan we het bos in op weg naar een intrigerend uitkijkhuisje, dat we helemaal gaan onderzoeken. De kleine raampjes aan alle zijden lijken helemaal vastgeschroefd te zitten, maar binnenin zien we dat ze toch inklapbaar zijn. Het is niet te zien of dit huisje nog actief ergens voor gebruikt wordt. Er ligt weliswaar vloerbedekking in en een kleedje op het zitbankje, maar alles ziet er verroest en verlaten uit.

Als we steen 105 (zie Ebbenbroek 1) weer in zicht hebben, besluiten we om dit keer niet om de akker heen te lopen, maar gewoon de grens te volgen, door een geul die twee akkers scheidt. Steen 105 staat duidelijk op een hoger gelegen stuk grond, maar hier is het land geëgaliseerd zodat de Nederlandse en de Duitse akkers op gelijke hoogte zijn gekomen. Gezien de enorme brokken steen die er in de omgeploegde akker liggen, lijkt het erop dat hier een muurtje of in elk geval een afrastering met betonnen palen heeft gestaan. Het lijkt me niet bevorderlijk geweest voor de ploegmachine. Verder