Grensstenen rond Almelo

Grenssteen Almelo (Foto Aafke de Wijk)

In de tuin van het Stadsmuseum

 

Inleiding

Over dit onderwerp ben ik in eerste instantie schatplichtig aan Herman Hagens. Dankzij een artikel van zijn hand in het Jaarboek Twente van 1992 ben ik letterlijk op het spoor van de stenen in Almelo gekomen. Ik wist van het bestaan van enkele maar had geen kennis omtrent de lange en soms boeiende geschiedenis en de achtergronden. Vanaf dat moment zijn ze op mijn netvlies gebleven, al bleef het lange tijd bij latente belangstelling. Af en toe volgde een opleving (bijvoorbeeld in 2009, zie het vervolg over de Hobokensteen*).

Gerhard Post wakkerde het vuurtje in 2015 weer aan nadat ik met hem in contact kwam via de internetsite Markegrenzen Twente (Het volgen waard!). Vanaf dat moment voel ik me de aangewezen persoon om op allerlei manieren de aandacht te vragen voor het behoud en waar mogelijk herstel van dit historisch cultuurgoed.

Verleden

Nadat de bevolking in onze omgeving in de middeleeuwen dusdanig toenam dat er schaarste aan grond (bos en bouwland) ontstond, werden er afspraken gemaakt over het gezamenlijk gebruik daarvan. De Marken (let ook op het woord markeringen) deden hun intrede en er werden allerlei afspraken gemaakt en bewaakt door de bewoners van het gebied. Het vastleggen van de grens gebeurde door het plaatsen van veldkeien, palen en bomen. Het is dus mogelijk dat een veldkei of paal die na het jaar 1800 gebruikt werd als Markesteen die functie al honderden jaren uitgeoefend had. De oudste bronnen over de Markegrenzen zijn de Markeboeken en processen die gevoerd werden over grensgeschillen (Hagens heeft daarover uitgebreid geschreven in 1992). De naam Vredepaal bijvoorbeeld is het gevolg van een langlopend conflict in onze regionen. Jongens werd precies ingeprent waar de grens liep en er vonden regelmatig inspecties plaats (laakgang of loakgang genoemd). In 1811 hief Keizer Napoleon de oude bestuurlijke instellingen op en stelde de gemeenten en rechtbanken in. Dit betekende het einde van Twente als bestuurseenheid, het drostambt Twente werd opgeheven.

Er werden zeventien gemeenten geformeerd en in de meeste gevallen kwamen de gebieden van de gemeenten overeen met de oude richterambten van voor 1811. De oude stadsgerichten werden bij het omringende of een aangrenzend richterambt gevoegd. Dit zinde de steden echter niet. Daarom werd in 1818 Almelo gesplitst in respectievelijk Ambt en Stad Almelo. De Heerlijkheid Almelo en Vriezenveen viel niet onder het Drostambt Twente: de heer van Almelo was in staat om deze bevoegdheden naar zich toe te trekken. Evenzo lijkt de heer zo'n grote invloed gehad te hebben dat er van een normale marke-inrichting geen sprake was.Dat had echter geen invloed op de wijze waarop Almelo ten opzichte van de buurgemeenten begrensd werd, ook hier was reeds van oudsher sprake van het gebruik van stenen, bomen, kuilen en water als markering. De meest uitgesproken (en betwiste) grens was die ten oosten en zuiden van Almelo, omdat daar de meeste gecultiveerde en gemeenschappelijke (heide)grond voorkwam. Het noorden en westen was goeddeels woest en niet ontgonnen. Een tiental “oorspronkelijk” bekende grenspunten werd uiteindelijk na 1811 uitgebreid tot 24. Wellicht is de buitengewone situatie van Almelo als voormalige heerlijkheid er debet aan geweest dat er voor een “luxe” oplossing in de vorm van de Bentheimer zandstenen palen is gekozen. Reeds bestaande namen werden overgenomen in de processen verbaal en de jongste stenen werden vernoemd naar een aantal leden van de commissie die bestond uit landmeters, burgemeesters, schouten, belastingcontroleurs e.d.

Na het ontbinden van de marken in de loop van de 19e eeuw en de ontwikkeling van kunstmest werd de gezamenlijke grond verkocht en gecultiveerd. Het belang van grenzen vervaagde en zo ging het ook met de grenspalen en aanverwanten. Die “verdwenen” voor een groot deel vanwege verkavelingen, verbreding van sloten, wegen en bermen en het rooien van akkerwallen.

Heden

Van de oorspronkelijke 24 zandstenen palen die er in 1827 uiteindelijk stonden resten er in 2016 nog welgeteld 6 en mogelijk een halve (Zie de Beusepaal*). Ze bevinden zich met uitzondering van de Brektummersteen nog steeds min of meer op de oorspronkelijke plaats. De nog aanwezige palen vanaf de grens met het voormalige Schoutambt Vriezenveen zijn:

SORGPAAL (Nr. 7)

Bevindt zich op de grens van de Marke Albergen en de heerlijkheid Almelo. De paal is nummer 7 in de grensbepaling van Schoutambt Almelo en genoemd naar J.J. Sorg, ingenieur van het Kadaster. Aan de Almelose kant is de "7" nog te herkennen. De plaats van de paal, in het bos op 50 meter van de weg, lijkt nogal vreemd maar valt te verklaren uit het feit dat de situatie er 200 jaar terug totaal anders uitzag. De Gravenallee eindigde namelijk ongeveer 500 meter eerder ter hoogte van de boerderij Konijnenbelt (nog te herkennen aan de bomengroep die een eclips vormt). De paal stond destijds aan een zandweg die even verder aansloot op de oude weg naar Albergen.

Sorgpaal

De Sorgpaal

 

LAMBERTSPAAL (Nr. 11)

Staat op de grens van de marken Albergen en de heerlijkheid Almelo. De paal is nummer 11 in de grensbepaling van Schoutambt Almelo en vernoemd naar Doedo Lamberts, burgemeester van Ambt-Almelo. De zandstenen paal toont aan de Tubbergse kant een "T", aan de andere kant is niets leesbaars te vinden. De steen bestond al bij het opstellen van het proces-verbaal, zodat de "T" er later zal zijn ingebeiteld. Bevindt zich als enig object direct aan de openbare weg aan een fiets- en wandelroute (Wateregge), maar menig argeloze voorbijganger zal er geen aandacht aan schenken.

Lambertspaal

De Lambertspaal

 

BREKTEMERSTEEN (Nr. 13)

De Brektummersteen is een zogenaamde driemarkenpaal van de marken Albergen, Zenderen/Bornerbroek, en Almelo. Het is paal nr. 13 in de grensbepaling van Schoutambt Almelo en paal nr. 1 in die van Borne. De naam "Brektummersteen" wordt genoemd in het proces-verbaal van Tubbergen; Borne spreekt van "steenen paal geplaatst in het Brectemer Broek" en Almelo van "de weder op te rigtene steenen paal, genaamd de Brectum". De paal bestond in 1816 dus al, maar lag toen omver. De zandstenen paal toont aan de ene kant een "T" en aan de andere kant een "A" met daaronder, wat naar rechts een "2". De "T" verwijst waarschijnlijk naar Tubbergen, zodat deze inscriptie van na 1816 is. De steen werd in het midden van de jaren 1980 door de heer H. Kienhuis aangetroffen op het erf van een boer. Deze zat omhoog met de paal: hij had hem onrechtmatig verwijderd uit zijn weiland, omdat het zo lastig was er omheen te maaien. Om de steen te redden heeft de heer Kienhuis hem laten bezorgen bij zijn kantoor aan de Hofstraat, waar de paal enige tijd gelegen heeft. De gemeente was niet geïnteresseerd in de paal (de boer had zich dus voor niets zorgen gemaakt). Toen de heer Kienhuis betrokken raakte bij het herstel van het Stadsmuseum te Almelo is de paal daar geplaatst.

Brektummersteen

De Brektummersteen

 

VREDEPAAL (Nr. 18)

Stond tot in 2013 fier overeind tegen een stevige eik, maar kon het geweld van de almaar uitdijende boom niet weerstaan en is afgeknapt (het onderstuk zit nog in de grond).
De Vredepaal (52.63.67) is de driemarkenpaal tussen de marken Zenderen/Bornerbroek, Ypelo en het Schoutambt Almelo. De paal heeft nummer 44 in de grensbepaling van Borne en is nummer 18 in die van Schoutambt Almelo. Aan de Bornse kant van de Vredepaal wordt de grond "het roergebied" genoemd. Hier hebben zich ongekende taferelen afgespeeld tussen de boeren van het Bornerbroek en het broek te Almelo: drie eeuwen van twist en wraak nemen. In 1772 op 4 en 5 september werd aan beide partijen een verdeling aangeboden "van wederzijdse jurisdictie en territoir" waarmee de vrede werd gesloten. Vandaar de naam Vredepaal. Redelijk duidelijk te herkennen is de grenssloot die vanaf dit punt in noordelijke richting loopt en tegenwoordig onderbroken wordt door de A35.

Vredepaal

De Vredepaal

 

RIEMSDIJKPAAL (Nr. 19)

Bevindt zich op een erf nabij een schuur… en thans in relatieve rust. Tijdens werkzaamheden in het verleden is de steen afgeknapt maar gelukkig wel weer hersteld. Zij het dat hij per abuis omgedraaid is (de A van Almelo aan de Wierdense zijde). De paal op de grens van de gemeentes Wierden en Ambt-Almelo markeerde het westelijkste punt van de gemeente Schoutambt Almelo. De paal is nummer 19 in de grensbepaling van Schoutambt Almelo en genoemd naar de burgemeester der stad en voormalig landgericht Almelo, J. van Riemsdijk.

In het proces-verbaal van de grensbepaling tussen Almelo en Wierden (1828), bleek een verschil van mening: Wierden dacht dat de grens in een rechte lijn van de Vredepaal naar de Engelspaal zou moeten lopen, terwijl Almelo een punt nog verder naar het westen dan de Riemsdijkpaal in gedachten had (zie de figuratieve schets hieronder, waarbij links het noorden is). Na overleg is men tot deze "vriendschappelijke beslissing" gekomen. De paal is dus geen oude markepaal, maar geplaatst na vaststelling van het gemeentegrenzen. De ene kant toont een "A" en 19o, overeenkomstig het proces-verbaal van Schoutambt Almelo. De Wierdense kant toont een 5, wat klopt met het proces-verbaal van Wierden.

Schets Riemsdijkpaal

Figuratieve schets Riemsdijkpaal

Riemsdijkpaal

De Riemsdijkpaal

 

HOBOKENPAAL* (Nr. 20)

Niet de fraaiste steen maar wel met een bijzondere naam, opgedragen aan E.J. van Hoboken uit Zwolle, controleur van de grensbepalingen. Op de grens van de marken Wierden/Hoge Hexel en Almelo. De paal is nummer 20 in de grensbepaling van Schoutambt Almelo. Aangezien de grens tussen Wierden en Schoutambt Almelo hier dankzij "een vriendschappelijke beslissing" pas sinds 1816 loopt, zal de paal kort na die tijd geplaatst zijn. Zie ook de Riemsdijkpaal. De grens vertoont hier geen knik, maar is geplaatst aan de oude weg van Almelo naar Wierden.

In 2008 werd de N36 - die de steen op zo'n 30 meter ten westen zou passeren - doorgetrokken. De boerderij is toen afgebroken en de paal is met het puin afgevoerd. Bij toeval ben ik op het spoor van het slopersbedrijf gekomen en is de steen teruggevonden. Met tussenkomst van de gemeente en het Kadaster is hij een paar meter verderop herplaatst. De gemeente Almelo heeft de steen wel opgenomen in de planontwikkeling t.b.v. de firma Mafo (zie de afbeelding hieronder). Eveneens de moeite van het behouden waard is de nabij gelegen kolk waar de brug in de oude Wierdense dijk gesitueerd was. In dergelijke kolken werd in oude tijden aan visvangst met fuiken gedaan.

Hobokenpaal

De Hobokenpaal

BEUSEPAAL* (Nr. 24)

Volgens Herman Hagens (gesprek in 2016 als vervolg op artikel jaarboek 1992) bestaat er een grote kans dat het onderstuk van de paal zich nog onder de grond bevindt. De positie van deze steen past helemaal in het beeld van de omgeving van Almelo als laagste punt van Twente uit die tijd. Deze paal lag namelijk aan de voor die tijd druk bevaren Schipsloot op de plaats waar die met de Beusegraven samenvloeide. De wijde omgeving was schaars bewoond en slechts ten dele gecultiveerd. Dat is nu wel anders (Schelfhorst en omleidingskanaal) maar er is toch gerede hoop dat we het verloren gewaande deel terug zullen vinden.

Toekomst

De stenen passen in het Twentse landschap, ze zijn robuust van vorm, een ietwat mystiek en ze dragen soms intrigerende namen. Naast akkerwallen, landweren, grenssloten, essen en kronkelende lanen met oude noestige eiken zijn ze de afgelopen tientallen jaren uit ons beeld verdwenen. Dat is een gemis, juist die diversiteit maakt onze omgeving attractief om in te leven en voor een ander op bezoek te gaan.
Een aantal concrete ideeën/plannen voor de nabije toekomst zijn:

• Monumentale status aanvragen zodat er sprake is van een mate van bescherming en er een mogelijkheid bestaat om zoekgeraakte stenen terug te vorderen.
• Vredepaal repareren en herplaatsen. Wellicht in samenwerking met de Historische Kring Wierden die ook plannen heeft om “iets” te doen met de steen.
• Onderstuk Beusepaal opgraven. (Van het Waterschap Reggestromen bestaat hier inmiddels toestemming voor. De exacte locatie moet echter nog nader bepaald worden.
• De stenen onderdeel maken van een wandel- en of fietsroute (voorbeeld: Oldenzaal).
• De stenen voorzien van “bebording” met verklarende tekst (voorbeelden in bijvoorbeeld Hengelo en Haaksbergen).
• Replica’s van verdwenen stenen plaatsen, bijvoorbeeld aan de Oude Deldenerstraat in het Nijreesbos (voorbeeld: Haaksbergen).
• Opsporen van enkele “recentelijk” verdwenen stenen, met name de Landmanspaal, Ketelpaal en Vettepaal. Wellicht zijn er lezers die inlichtingen kunnen verschaffen over de mogelijke verblijfplaats van bovengenoemde stenen die na 2003* meegenomen zijn en waarschijnlijk ergens in een tuin figureren.

Bronnen

www.markegrenzen.nl - G.F. Post
Jaarboek Twente 1992 - artikel H. Hagens
Provinciaal Archief Zwolle (HCO)
De Wateregge - Reinier Kampman
Beeldbank voor het cultureel erfgoed
* RTV Oost artikel juli 2004

17 november 2016
Bert Nijkamp, Almelo