Hans Hermans, H5

ans Hermans heeft niet alleen een zeer jeugdige uitstraling voor zijn leeftijd, hij is ook nog bezig met het actief uitoefenen van zijn hobby's, waarvan uiteraard de grens en de grensstenen deel uitmaken. Daarnaast heeft hij een voorkeur voor het correcte gebruik van de Nederlandse taal en weet hij zichzelf prima mondeling en schriftelijk in die taal - én het Duits - uit te drukken. Als natuurbeschermer en natuurgids doet Hans ook uitstekend werk. Zijn grootste liefde is wis en zeker zijn nieuwe eega, met wie hij in 2006 in het huwelijk is getreden. Hij heeft haar echter niet beloofd dat er nooit een grenssteen tussen hen beide in zal komen!

Hans HermansProfiel van Hans Hermans

Datum interview: 16 juni 2008
Leeftijd: 70 jaar
Geboren op: 1 augustus 1937
Sterrenbeeld: Leeuw
Woont in: Heerlen
Beroep (voormalig): Statistiek bij Lindt & Sprüngli in Aken.
Hobby's: Ecologie, wandelen, heemkundige historie waaronder plaatselijke grensstenen.
Aanvullende informatie: Ik bezoek graag een natuurgebied, maar ben ook geïnteresseerd in de bouwsubstantie van historische steden. Graag bezoeken mijn vrouw en ik plaatsen zoals Brussel, Brugge, Gent, Mechelen enz. Afgelopen zaterdag waren we in Culemborg. Een prachtig stadhuis, maar voor de rest viel het tegen. Veel kerken waren gesloten. We bezochten ook kasteel De Haar, maar dat stond in de steigers. De rozentuin lag op de schop.

Op de Grens: Je ondertekent je berichtjes altijd met 'Heemkundige Historie Hans Hermans Heerlen'. Dat allitereert mooi, heb je ook iets met de Nederlandse taal?
Hans Hermans: Ik ben geen purist, maar heb wel een hekel aan slordig taalgebruik. Als we bedenken dat onze oosterburen hun ingewikkelde taal met talrijke casus en nog meer declinaties, zonder fouten proberen te schrijven, zouden wij in Nederland met onze taal ook iets zorgzamer om kunnen gaan.

Op de Grens: Wat bedoel je precies met 'Heemkundige Historie'?
Hans Hermans: De een interesseert zich voor de religieuze historie van het jodendom, een ander voor de etnische historie van zigeuners en weer een ander voor de botanische historie van de tulp. Mijn voorkeur gaat uit naar de historie van mijn heem. Ik merk wel eens, dat Nederlanders veel minder trots zijn op hun heem dan Belgen en Duitsers. Met andere woorden, de Nederlander is trotser op de kleur ‘oranje’ dan op de historie van ‘Oranje’.

Op de Grens: Waar ben je geboren?
Hans Hermans: Ik werd op 1 augustus 1937 geboren in Lemiers (Vaals). Heel toevallig op 200 meter afstand van de NL/BRD-paalsteen met nummer 200.

Op de Grens: Dan moet je wel iets hebben met grenspalen en drielandenpunten. Kun je daar iets over vertellen?
Hans Hermans: De meeste mensen die zo kort bij een grens geboren worden, hebben niets met grensstenen en nog minder met de mensen die aan de andere kant van de grens wonen. Toen ik 17 was had ik een vriendinnetje aan de andere kant van paalsteen met nummer 200. De grens was in die tijd potdicht, maar zij mocht bij paal 200 komen en ik ook…

In 1964 werd ik lid van het Instituut Voor Natuurbeschermingseducatie in Vaals en korte tijd later afdelingsleider en natuurgids. De eerste wandeling in het jaar was steevast de Drielandenwandeling. In de maand januari valt er minder te vertellen over de natuur, zodat wij aandacht besteedden aan grenspalen.
In 1980 organiseerde ik naast de obligatoire Drielandenwandeling ook nog een excursie naar en over historische grensstenen in het Preusbos of Drielandenbos.

In 1981 schreef ik in het boekje Villa-Vallis, een wandelgids voor de gemeente Vaals, vanaf blz. 31 t/m blz. 60 het hoofdstuk ‘Een brok historie’, met veel informatie over de actuele grenspalen en ook over de Bourgondische- en Habsburger palen. Natuurlijk kwamen ook de grenspalen van het condominium Moresnet aan de orde.

Op 8 januari 2000 overleed mijn vrouw. De maanden daarna was ik meer buiten dan binnen. Waarschijnlijk is dat de oorzaak dat ik op 15 april 2000, tussen puin en ander afval, een heel bijzondere historische grenssteen vond. Bij nadere studie, bleek het de Drieherengrenssteen te zijn, die sinds 1648 (of sinds 1661) het Drielandenpunt vormde tussen de Rijksstad Aken, de Spaanse Nederlanden en het hertogdom Gulik. De steen is uniek, omdat hij een triangulaire vorm heeft. Alle andere zogenaamde Adelaarstenen van de Vrije Rijksstad Aken hebben een rechthoekige vorm. Deze historische steen is ook uniek, omdat hij gemaakt werd uit grès mammifère, die bij ons ook wel ‘uiervormige zandsteen’ genoemd wordt. Alle andere Adelaarstenen zijn uit tertiaire zandsteen of uit carboonkalksteen.

Jammer dat de gemeente Heerlen weigerde om de Drieherensteen op zijn oorspronkelijke plek, bij de politieke grenszuil met nummer 213, op het bilaterale bedrijventerrein Avantis te plaatsen. Thans staat de Drieherensteen aan de rand van Avantis bij grenszuil met nummer 212.

Bij Gp 151 en het Kruis der Verloofden

Hans en zijn aanstaande vrouw verloofden zich bij het Kruis der Verloofden in de Hoge Venen op 3 mei 2006. Naast het kruis staat de historische grenspaal Pruisen-Nederland met nr. 151 uit 1815. Belgie werd in 1830 een zelfstandige staat.


Op de Grens: Weet je dat er meer drielandenpunten zijn in Nederland? In Overijssel bijvoorbeeld hebben we er drie á vier, al gaat het dan niet om échte landen.
Hans Hermans: Dat is mij bekend. Toen Limburg een lappendeken was van Staatse- en Oostenrijkse gebieden, afgewisseld met kleine Duitse rijksheerlijkheden en ‘landjes’ van Gulik, waren hier meer dan een dozijn ‘drielandenpuntjes’. Het waren in de tijd na het Partagetractaat (1661) echte Drielandenpunten. Toen de Franse ‘Sansculotten’ in 1794 kwamen, maakten zij er gezwind een einde aan.

Op de Grens: Beperkt je interesse zich tot grenspalen alleen? Of heb je ook oog voor andere grenszaken?
Hans Hermans: Feitelijk te veel ‘grenszaken’. Afgelopen vrijdag verscheen de recente uitgave van het Instituut voor Natuurbeschermingseducatie in Limburg ‘De Natuurgids’. In die uitgave schreef ik een wandeling over grensoverschrijdende duurzaamheid. Het gaat vooral over duurzame en eindige energie. Nemen wij b.v. de spoorlijn Ligne 24, die via een tunnel onder het Drielandenpunt door voert. De Belgen gebruiken voor het bovennet 25.000 volt, opgewekt door 20 windturbines met duurzame energie. De Duitsers gebruiken aan hun kant 16.500 volt opgewekt door een steenkoolcentrale. Voor de aardigheid: Nederland doet het nog steeds met 1500 volt gelijkstroom waar geen windturbine aan te pas komt.

(Voor slechts 4,50 euro ontvang je de nummers 4, 5 en 6 van De Natuurgids. Bij mijn wandeling in nummer 4, worden ook een paar grensstenen genoemd. Neem even contact op met marijke.strating@home.nl)

Op de Grens: Heb je veel grenspalen bezocht? En waar overal?
Hans Hermans: In mijn omgeving bezocht ik alle grenspalen. Het heeft iets te maken met H5 (Heemkundige Historie Hans Hermans Heerlen). Tijdens vakanties bezoek ik sporadisch grenspalen. Een grenspaal tussen b.v. Oostenrijk en Zwitserland boeit mij veel minder.

Op de Grens: Wat valt je op in de verschillende streken?
Hans Hermans: Het is opvallend dat de 20 historische Adelaarstenen rondom Aken ieder een ander formaat hebben. De grensstenen tussen Duitsland en België, hebben aan de bovenkant een richel, analoog aan het verloop van de grens. De grensstenen tussen Nederland en België zijn uit metaal.

Op de Grens: Heb je voorkeur voor een bepaald type stenen?
Hans Hermans: Mijn devies luidt: Rijkheid in verscheidenheid!

Op de Grens: Hoe bezoek of bezocht je de stenen, al wandelend of per auto of fiets?
Hans Hermans: De auto is gemakkelijk om de grensstreek te bereiken, maar om de stenen te bezoeken geef ik de voorkeur aan mijn pedes (niet pedalen).

Gp 1 in Ouren. Drielandenpunt Belgie, Luxemburg, Duitsland.

Grenssteen nr. 1 in Ouren. Dit is het Drielandenpunt Belgie, Luxemburg, Duitsland.


Op de Grens: Hoe zijn je ervaringen met douaniers, politie en grensbewoners?
Hans Hermans: Ik werkte langer dan 25 jaar bij de bekende chocolatier Lindt & Sprüngli in Aken. Nolens-volens moest ik iedere dag twee keer de grens passeren. Over het algemeen had ik goede contacten met Duitse en Nederlandse ambtenaren. Omdat bij de grensovergang, meestel dezelfde ambtenaren dienst hebben, kent men elkaar na een aantal weken. De Duitsers vroegen dan niet meer naar het paspoort. Maar sommige ambtenaren van de Nederlandse Koninklijke Marechaussee vroegen ook nog na 25 jaar… Aan dat soort dienstkloppers had ik een hekel, vooral als zij dan ook nog, zo groot nodig, de bladzijden van het paspoort moesten tellen. Sommige douaniers konden er ook wat van. Van een douanier kreeg ik een keer een grote bek, omdat ik een doosje lucifers, illegaal invoerde. In dat doosje zaten welgeteld zeven lucifers. De meest laffe streek pleegde een politieagent. Einde juli, het jaar weet ik niet meer, waren veel Hollanders onderweg met hun caravan. Ik was onderweg naar mijn werk in Aken en werd staande gehouden door een politieagent. Hij zei: ‘Wilt u de caravan op de weegschaal zetten!?’ (…) Ik dacht dat hij een olijke bui had en een grapje wilde maken. Maar toen hij het nog eens zei en daarbij zijn ogen uitpuilden en ik zijn adem kon ruiken, antwoordde ik heel voorzichtig dat ik onderweg ben naar mijn werk, geen caravan bezit en mijn auto niet van een trekhaak voorzien is. Toen werd die man echt kwaad. Een vrouwelijke agente in de buurt, die duidelijk merkte dat het uit de hand begon te lopen, kwam aanlopen en sommeerde mij om mijn mond te houden en door te rijden. (…)
Soms had ik de indruk, dat mensen die niet voor de burgermaatschappij geschikt waren, een baantje kregen bij de politie. Een normaal mens ziet immers met één oog of er een ‘sleurhut’ achter de auto bungelt. Misschien wilde hij alleen maar zijn frustraties afreageren?! Gelukkig heeft de Europese Unie aan die ambtelijke willekeur een einde gemaakt.

Op de Grens: Is er wel eens iets gepubliceerd over je hobby? Of ben je al eens eerder geïnterviewd?
Hans Hermans: Niet alleen in kranten en tijdschriften, maar ook via radio en TV. Voor het laatst via de Duitse TV (WDR) in 2007.

Op de Grens: Daar wil ik later nog een keer dieper op ingaan. Een andere vraag: maak je ook foto's?
Hans Hermans: Tot 2003 door middel van de gevoelige emulsie. Sinds 2003 digitaal.

Op de Grens: Ken je veel mensen die in grenspalen zijn geïnteresseerd?
Hans Hermans: Ik ben lid van drie heemkundeverenigingen, maar vreemd genoeg zijn er weinig leden die specifieke aandacht voor grenspalen hebben.

Op de Grens: Hoe denk je over het Nederlandse en Duitse kadaster?
Hans Hermans: Mijn contacten met het Nederlandse kadaster waren uitstekend toen het een Rijksdienst was. Maar toen het apparaat geprivatiseerd werd, liepen contacten en sfeer gelijk evenredig achteruit. Met het Duitse kadaster zijn de contacten – nach wie vor – uitstekend.

Op de Grens: Wat vind je van alle webzijdes die er momenteel zijn?
Hans Hermans: Ik ben over het algemeen tevreden met de webzijdes. Ik ben niet altijd tevreden met de berichten van de ‘seigneurs’. Ik denk dan: Ieder vogeltje zingt zoals ie gebekt is! Wel heb ik bewondering voor mensen uit België, Duitsland en Luxemburg, die een Nederlands bericht schrijven.

Op de Grens: Beschik je over veel documentatie?
Hans Hermans: Als ik me beperk tot mijn heemkundig bilateraal gebied, mag ik pronken met gevarieerde documentatie. Ik heb vrijwel geen documentatie over grenspalen elders in het land.

Op de Grens: Hoe kijk je tegen de afbraak van de grens, en de desinteresse van de Nederlandse overheid, aan?
Hans Hermans: ‘Afbraak’ van de grens heeft veel aspecten. Dat de files voor de grensovergangen met de daaraan gepaarde nukken van ambtenaren nu verdwenen zijn vind ik, als regelmatig grenspassant, een groot voordeel. Dat er nu te hooi en te gras overal grenspalen verwijderd worden vind ik dramatisch.

Op de Grens: Is er iets dat je irriteert in verband met onze hobby?
Hans Hermans: Nijd en afgunst van andere grenspaalvrienden kunnen mij soms irriteren. Toen ik tijdens de (ik meen ?) eerste autoloze zondag op 4 november 1973 de omgeving van mijn nieuwe woonplaats Bocholtz (NL) al wandelend verkende, ontdekte ik een facet van de middeleeuwse Landgraben van de Vrije Rijksstad Aken. Dit gedeelte van de Landgraben, stond in de Nederlands- noch Duitstalige literatuur vermeld. De Nederlandse heemkundigen gaven toe dat dit facet niet bekend was, maar de Duitsers zeiden dat het wel bekend, maar niet gedocumenteerd was. Dat hun reactie gelogen was, lag er dik bovenop. Dit stukje Landgraben ligt momenteel tussen de politieke grenspalen met de nummers 208-G en 209.

Toen ik op 15 april 2000 de prachtige Drieherensteen vond, vroeg een aantal ‘vrienden’ of er een label of etiket aan zit met de tekst ‘Drieherensteen’.

Op de Grens: Hoe vindt je omgeving je grenspalenhobby?
Hans Hermans: In 2006 ben ik opnieuw getrouwd. Mijn kersverse eega keek aanvankelijk vreemd op dat een volwassen man op zoek gaat naar een grenssteen. Natuurlijk lieten we ook een paar trouwfoto’s maken bij de Drieherensteen. Mijn vrouw kreeg de smaak te pakken en even later hebben wij de 20 (twintig) Adelaarstenen van de oude rijksstad Aken opgezocht en in kaart gebracht. De reeds genoemde Drieherensteen, ook een steen met adelaar, heeft thans nummer 20.

Eega-Drieherensteen-Hans, 9 september 2006

Hans' eega, Drieherensteen en Hans, 9 september 2006


Op de Grens: Wat heb ik vergeten te vragen?
Hans Hermans: Werd ik ook wel eens beloond? Ja, ik kreeg op 30 april 2004 een lintje.

Op de Grens: Gefeliciteerd! Die onderscheiding heb je zeer verdiend!
En van onze kant hartelijk dank voor je medewerking aan deze rubriek!