Dick Taat, markendeskundige

ls er één man is wiens interview hier niet mag ontbreken, dan is dat Dick Taat uit Lonneker. Dick verdient de kwalificatie “markendeskundige” voor de volle 100%, en hij weet ook nog heel wat van andere grenzen en grensmarkeringen. En hoewel hij gezien zijn hoge leeftijd en lange staat van dienst gerust een veteraan genoemd mag worden, denkt hij er zelf nog lang niet over om te stoppen met zijn hobby's en activiteiten. Kort voor dit interview is hij nog druk bezig geweest om iedereen te mobiliseren voor het behoud en bescherming van grenssteen nr. 20.

Dick Taat en Gp 16Profiel van Dick Taat

Datum interview: 18 augustus 2007
Leeftijd: 81
Geboortedatum: 2 juli 1926
Sterrenbeeld: Kreeft
Woont in: Lonneker
Voormalig beroep: Onderwijzer, leraar, docent
Hobby's: Studie van de Regionale Geschiedenis, Historische Cartografie, Grenzen

Vraag Je bent actief betrokken bij de geschiedenis van de voormalige marken. Hoe is dat zo gekomen?

Antwoord Naast de geschiedenis van het gewest Twente interesseert mij in het bijzonder die van de gemeente Enschede. Dat is ongeveer het gebied van de vijf marken: Lonneker, Esmarke, Usselo, Twekkelo en Groot Driene. Mijn voorouders van moeders kant en die van mijn echtgenotes moeder komen uit de Esmarke. Genealogie op zich zelf vind ik nogal saai. Daarom ben ik dat alles gaan stofferen met de streekgeschiedenis.

Vraag Wanneer ben je ermee begonnen?

Antwoord Toen ik pas getrouwd was in 1955, ben ik begonnen. Aan de hand van (sterke) verhalen en leuke anekdotes van oudere familieleden en vrienden begon ik er steeds meer plezier in te krijgen. Er was toen al een bescheiden aantal goede publicaties van echte pioniers, als Dr. A. Benthem Gz., J.J. van Deinse en Cato Elderink. Ook buiten Enschede was er heel wat te lezen: Ter Kuile, Dingelden en van Vloedbeld heb ik het meest genoten. Lees maar eens “Mans Kapbarg, de grotste leugenbuul oet Twente”.

Vraag Zie je het puur als een hobby, of is het ook een soort missie voor je?

Antwoord De geschiedenis van de marken is een eeuwenoude traditie van de naoberschop, met naoberhulp en naoberplichten. De markegrond was gemeenschappelijk bezit. Materieel en geestelijk waren de markegenoten sterk afhankelijk van elkaar, maar ook wel eens concurrenten. Dat geeft een boeiende geschiedenis.

Vraag Ik zie dat je in 1989 een grootschalig onderzoek bent gestart naar de marken en de markegrenzen. Was dat je eerste project of was je er al langer mee bezig?

Antwoord Inderdaad hebben we het markegrenzen-onderzoek in Twente “Oudheidkamerbreed” opgezet. De meeste plaatselijke heemkundige groeperingen hebben wel meegewerkt, door het invullen van vragenformulieren, door het aanleveren van fiches met interessante grenslokaties of met foto’s. Henny Engelbertink uit Rossum had al een compleet overzicht klaar. Toen is daarvan de “Historische Kaart van 1500 van Twente” gemaakt. De makers vonden een kaart met alleen grenzen maar niks en daarom hebben we het onderzoek uitgebreid. Alle “ons bekende” boerderijen kwamen er op te staan. De kaart bestaat uit vier delen.

Vraag Aan welke organisaties ben je verbonden geweest en voor welke ben je nog steeds actief?

Antwoord Een hobby uitoefenen in je eentje vind ik niet leuk. Maar het is heerlijk om met anderen de verworvenheden uit te wisselen. Je loopt elkaar niet gauw voor de voeten en je leert veel. Ook moet je soms relativeren. Professionele historici kunnen niet zonder amateurs. Ik ben al meer dan vijftig jaar lid van de Vereniging Oudheidkamer Twente, die in het Rijksmuseum gevestigd was totdat we er uit moesten. Het Elderinkshuis is toen gekocht en volgend jaar hopen we onderdak te zijn in de “TwentseWelle”.
Ook ben ik vanaf de oprichting lid van de Historische Sociëteit Enschede Lonneker. Over andere gezelligheidsclubs zullen we het nu niet hebben.

Vraag Zolang het om onze hobby gaat mag je het overal over hebben.
Maar vertel eens waarin de resultaten van je onderzoeken allemaal zijn gepubliceerd.

Antwoord Iets van mijn vergaarde kennis van de plaatselijke geschiedenis kon ik kwijt in een paar fotoboekjes en boeken over Enschede. Mijn beste boek draagt de fraaie titel “Beelden uit het verleden van Enschede”. Recentelijk verscheen: “Vliegen boven Enschede”. Ook hield ik wel voordrachten, praatjes met mijn dia’s. Variatie had ik genoeg: personeels-, vrouwen- en studentenverenigingen. En de Culturele Raad. Maar ik ben al jaren aan het afbouwen!

Vraag Ja ja, dat kennen we! Volgens ons weet je van geen ophouden en ga je onvermoeibaar door met al je activiteiten. Wat is het eigenlijk dat je zo boeiend vindt aan marken?

Antwoord “Marken” vormen nu een afgesloten hoofdstuk uit de geschiedenis. Hoewel hier en daar nog reminiscenties aanwezig zijn (stukken grond, een kerkelijke of armenkas, een buurtvereniging) zijn de marken geheel ten gronde gegaan aan hun eigen tolerantie. Had iemand, bijvoorbeeld een pauper, een stuk land in de gemeenschappelijke markegrond aangegraven voor zichzelf, dan moest hij boete betalen. Als hij geen geld had werd er beslag gelegd op zijn schaarse bezit. Tenslotte werd de boete jaarlijks gewoon betaald en... het werd dus een soort “huur”.
Op gezag van de hoge overheid zijn de markegronden verdeeld onder de markeboeren. De grond moest in cultuur gebracht worden. Tot de rechthebbenden behoorden ook fabrikanten die een “gewaard” erve hadden gekocht. Zij legden grote landgoederen aan.

Vraag Je hebt ook interesse in andere soorten grenzen?

Antwoord De lands-, provincie- en rijksgrenzen waren al overbekend. Markegrenzen zijn ouder dan het kadaster. Slechts weinig mensen waren zich bewust van de geschiedenis der marken. Vandaar dat ik meende hier wel iets leuks te kunnen aanboren. Hoewel de grenzen wel vaststonden, moesten over en weer dikwijls heidekoetjes, varkens en schapen, die op de afgelegen veldgrond de grenzen overschreden, in beslag genomen worden. Om de problemen van de marke na te pluizen in oude geschriften is heel interessant. Ik heb het originele (!) Lonneker markeboek in deplorabele toestand aangetroffen en dat “gerestaureerd”. Nu is het ook in druk uitgegeven en goed leesbaar voor genealogen. Tegenwoordig zijn alle grenzen historisch relevant door de Europese samenwerking.

Dick Taat (rechts) tijdens een grenswandeling

Dick Taat (rechts) tijdens een groepsgrenswandeling


Vraag Goed werk die restauratie, Dick. Doe je ook onderzoek naar de andere grenzen?

Antwoord Het onderzoeken van de nationale grensmarkeringen is nu wel mijn grootste hobby. De mogelijkheden om me te verplaatsen met de auto is veel beter dan toen ik begon. Vroeger deed ik vooral de plaatselijke geschiedenis van Enschede. Daarna ging er een nieuwe wereld voor mij open als medewerker in de bibliotheek van de Oudheidkamer Twente. Door mijn lidmaatschap van de Freiballonclub Munster leerde ik het nut van goede kaarten. Daar speelde ik voor navigator en kon ik de regio van uit de lucht verkennen. Tijdens lange dagtochten als vervolger van de gasballonnen (charlieres) heb ik grenzen overschreden van de Benelux en de DDR en Polen. Ook zag ik in de USA rotsblokken van een paar meter hoog op de grens van twee staten. En via internet vernam ik dat er in Durham (GB) aan de universiteit “drielandenpunten” worden verzameld tot in Azie toe! Dat is me een hobby!

Vraag Drielandenpunten verzamelen, dat is een goed idee!
Heb je, zoals veel leden van de OGVC, een fascinatie voor grensstenen?

Antwoord Tja, grensstenen vind ik mooi, maar let eens op hoe vaak een straat, een wal, een hoge boom, een sloot of kanaal of een riviertje de grens vormt. Landschappelijk en cartografisch is dat boeiend om te ontdekken. De oudste grensmarkeringen waren een gat in de grond en de “tossen” heide of gras er naast. Ook waren er kruiskuilen of een kruis op een boomstam. Of de schoorsteen op een huis vormde het grenspunt.
En dan de betekenis van grenzen! Bij navraag hoor ik vaak, dat mensen de grenzen meestal zelf leggen. Een voorbeeld: “kerkelijk horen we bij Twekkelo, kadastraal bij de gemeente Lonneker, begraven willen we worden in Enschede”. En hoeveel huwelijken met een “boetenmaarksen” zijn er niet gesloten. Gelukkig maar!

Vraag Ken je álle marken en markestenen in Twente?

Antwoord Er waren in Twente tenminste 68 marken en enkele kleinere tijdelijke buurtschappen. Natuurlijk ken ik niet alle markegrensstenen. Er zullen er ook nog wel wat onder de grond zitten. De belangstelling voor deze materie is danig gegroeid. In Enschede is zelfs een grensstenencommissie en Haaksbergen heeft een heel goed gedocumenteerd archief. Ook Losser en de DreeMarken zijn actief.

Vraag Gaat je interesse nog verder dan Twente alleen?

Antwoord Als ik op reis ga neem ik mijn “grens-antennes” mee. Binnen de kortste tijd zit ik in een archief te zoeken naar grenskaarten. Ik ben een fervent liefhebber van historische cartografie. Ik volg de V.V.V.-routes langs smokkelpaden en allerlei bijzondere stenen. Vooral in Zeeuws Vlaanderen is veel moois. Grenzen van de Ambachten en uit de tijd van de Spaanse Nederlanden. Die staan zelfs in de Zeeuwse encyclopedie.

Vraag Wat doe je precies bij de Historische Sociëteit Enschede?

Antwoord Ik kom graag op de bijeenkomsten van de Historische Sociëteit Enschede Lonneker. Na de oprichting was ik tien jaar secretaris. Een heel leuke tijd. Ik heb toen veel opgestoken. Je weet toch dat de stad Enschede bijna de gehele landelijke gemeente Lonneker in 1934 heeft geannexeerd! En klein stuk is naar Hengelo gegaan. Dat heeft wat zielen in beroering gemaakt! Ja, ja, Enschede heette vroeger “Eindscheide”. Het lag op een “Scheiding”. Ja, van wat? Dat is een ander hoofdstuk. Maar dit gegeven sluit wel aan bij mijn liefde voor scheidslijnen.

Vraag Je organiseert dus regelmatig een "Markegrens-loakgang", wat is dat precies?

Antwoord Een Loakgang is een “oculaire inspectie van de limietscheidinge”. Een tocht langs de grenstekens. Samen met de mensen van de andere kant om vast te stellen, hoe de grens (de laak of lake) loopt. In Duitse landen en steden noemen ze dat een “Schnattgang” (langs de “Schnatt” of “snede”). In een wijk van Dortmund is jaarlijks een ommegang voor het hele gezin langs de vroegere dorpsgrens met veel tam-tam, muziek en bier. In Beieren moet ook de “Waldgrenz” gerespecteerd worden. Oudere mannen geven de situatie door en jongens gaan mee om de kennis later over te nemen. De gebroeders Grimm hebben er allerlei verhalen over verteld. Enig snoepgoed en geestrijk vocht is onontbeerlijk, voor de deelnemers, maar ook om een bepaalde steen nat te maken.

Vraag Gaan er veel mensen mee?

Antwoord Tegenwoordig wordt door heemkundigen de oude traditie van zo’n loakgang incidenteel wel weer opgenomen. Ik loop graag met een of twee of veertig mensen mee, maar ik loop niet zo hard. En ik spring zeker niet meer over slootjes!

Vraag Ga je ook wel eens mee met een wandeling langs de Nederlands-Duitse grens?

Antwoord Uiteraard. Onlangs was ik bij de loakgang vanaf de Haarmühle richting Jurisdictie-paal. Het grootste deel heb ik met mijn auto langs vele omwegen gedaan. Op de foto zie je me op spekjes tracteren. Vooral de nazit bij de Haarmühle was gezellig.

Vraag Heb je nog boeiende verhalen van je tochten?

Antwoord Elke tocht heeft zijn eigen charmes. In gedachten leef ik vaak een paar eeuwen terug. Dat is voldoende voor het historisch bewustzijn. Puur genieten. Als een konijn ons pad kruist, is dat al spannend.

Vraag Je bent niet meer de jongste, maar wat zijn je toekomstplannen?

Antwoord Ja, ik ben nu net in de tachtig. Maar uit dit interview mag je afleiden, dat het bloed nog steeds kruipt, waar het niet gaan kan. Ik heb er nog steeds plezier in!

Vraag Je bent nog niet zo lang geleden in de wereld van de computer en het internet gestapt. Hoe is dat bevallen?

Antwoord Lang heb ik geaarzeld, voordat ik thuis op internet en e-mail ging. In tien jaar heb ik wel twee oude computers versleten. Ik had nog zoveel aantekeningen in te tikken. En, naast het werk en de studie in de bibliotheek van de Oudheidkamer Twente in het Elderinkshuis had ik geen behoefte aan verstrooiing. Net voor de verhuizing naar de TwentseWelle heb ik een stapje terug gedaan. Nu opent zich een hele wereld aan informatie, waarbij ik de contacten met mensen over de grenzen erg op prijs stel. Ik koester de sfeer van www.opdegrens.eu.

Vraag Welke vragen uit de andere interviews zou je nog willen beantwoorden?

Antwoord Tel maar eens hoe vaak IK (het persoonlijk voornaamwoord eerste persoon enkelvoud) in dit stuk voorkomt. Dan begrijp je wel, dat het nou maar eens afgelopen moet zijn. Einde van het Latijn.

Vraag We denken dat je nog lang niet aan het eind van je Latijn bent, maar hartelijk dank voor het beantwoorden van onze vragen. Het was ons een waar genoegen met je gesproken te hebben!

Antwoord Graag gedaan. Dank U.