Mini-interview oktober 2010

[14 oktober 2010]

Op de Grens:Hans, ben je tevreden over je laatste bijdrage? (“De Drie Stenen een trapje lager...”)

Hans Hermans:Prachtig werk! Dat ontroert mij echt. Komt wellicht ook omdat dit een thuiswedstrijd was.

Op de Grens:Vanwaar die ontroering?

Hans Hermans:Waarom kan een mens ontroerd raken? Ik was jaren geleden met vakantie in Hongarije en besloot een bezoek te brengen aan het vliegveld bij Boedapest. Mijn vrouw en ik zaten een uurtje op een terrasje en bekeken het landen en opstijgen. Plotseling landde een lichtblauw toestel van de KLM en taxiede aan het terras voorbij. Spontaan kreeg ik tranen in de ogen en een brok in de keel. Vreemd, omdat Limburg en Holland, normaal gesproken niet veel gemeen hebben.

Op een van de foto's (DLP) staat tubaspeler Pip Murer. Met hem zat ik ooit (1950) op de MULO in Vaals. Op het Drielandenpunt vroeg ik beleefd: "Mag ik mijnheer verzoeken om even met het embleem (drie stenen) in de zon te gaan staan?"
"Natuurlijk mijnheer, zoals u wenst!" zei Pip Murer. We hadden elkaar een halve eeuw niet meer gezien. We kenden elkaar niet meer. We zeiden "mijnheer" tegen elkaar. Dat vind ik dan ontroerend.

Op de Grens:Waren er veel toeschouwers bij die al dan niet ludieke manifestatie?

Hans Hermans:Er waren inderdaad veel toeschouwers. Natuurlijk ook de mensen die het niet wisten en vanwege het zonnige herfstweer een toevallig uitstapje naar het DLP maakten. Een joviaal gebaar van de gemeente Vaals om iedereen een glaasje champagne aan te bieden. Ik had niet de indruk dat Vaals gebukt gaat onder het verlies van het Hoogste Punt en zie het als een ludieke en vooral ironische gebeurtenis. Het is uiteraard zeer serieus dat Saba nu het hoogste punt heeft en misschien wilde Vaals dit aspect een beetje persifleren.

De Vaalsenaar spreek nooit over het hoogste punt. Heeft hij het over zijn bos, dan spreekt ie over de 'Dreej Sjting' (Drie Stenen) en over de Sjoreskop (Schoorwal of Landgraaf). Over de Sjoreskop heb ik een heel mooi verhaal in petto. Daar staat Adelaarsteen nr.16. Dat wordt alweer een primeur.

Op de Grens:Hoe kwam je aan het artikel uit de Ster?

Hans Hermans:Fijn, dat je het artikel geplaatst hebt. Ik ontving die bijdrage van iemand bij de provincie Limburg. Enige tijd geleden plaatste ik een bijdrage op de zijde m.b.t. rotondes. Dat artikel had zijn belangstelling. Veel mensen vinden de bijdragen op jouw zijde prachtig, maar kunnen uit hoofde van hun beroep geen reactie plaatsen. Mijn opvatting dat het centrum van een rotonde geen expo mag zijn voor uitzinnige kunstwerken, mag hij niet onderschrijven. Toch leuk dat hij dat stukje uit de krant stuurde.

Op de Grens:Dat stuk was in het Limburgs dialect, wat ik als Twentenaar met enige moeite goed kon lezen. Vreemd of niet?

Hans Hermans:Sommige mensen denken dat in Limburg, Limburgs gepraat wordt. Alleen al in het Mergelland, de streek tussen Vaals en Maastricht, worden drie heel verschillende dialecten gepraat. In Vaals, Lemiers, Bocholtz en Kerkrade praat men Ripuarisch, in Maastricht praat men Centraal-Limburgs. Alle plaatsen die daar tussen liggen spreken Oost-Limburgs. Het Ripuarisch lijkt wel Duits en wordt ook Rijnfrankisch genoemd. Het dialect van Maastricht lijkt veel op Vlaams en Hollandse studenten die in Maastricht studeren, praten in de kortste keren Mestreechs.

Wil je er in Maastricht bijhoren dan ben je wel verplicht om Mestreechs te leren. Zelfs de bovenste laag, b.v. oud-burgemeester Leers, praat vloeiend Mestreechs. De nieuwe burgemeester komt uit Brabant en ik ben ervan overtuigd dat ie over een paar maanden Mestreechs praat.

Het zou mij niet verbazen als Mestreechs en het Twents op één isoglosse liggen. In dat geval is jouw taal verwant aan het dialect van Maastricht.