Zinkviooltjes op de grens

Gedicht (Foto: Hans Hermans)

Dit gedicht schreef ik in 1978 in het boek ‘Mijn Geuldal’.

De gietijzeren paal met nummer 9 staat in een gebied waar lood en zink in de grond zitten. De concessie van de ertsmijn Bleyberg-Sippenaeken had op 4 augustus 1875, nu 137 jaar geleden, een oppervlakte van 308 ha. In 1935 werden in de buurt van de Heimansgroeve, dus gemeente Vaals, boringen verricht onder leiding van Jhr. Dr., Ir. P.J.C. de Wijckerslooth de Weerdesteyn. De jonkheer was erg optimistisch en verwachtte daar 200.000 ton zuiver zink- en looderts te kunnen winnen. Maar reeds na 50 meter bleef de boorkop in de taaie klei steken.

Groep zinkviooltjes (Foto: Hans Hermans)

Langs de Geul in Sippenaeken bloeien de Zinkviooltjes uitbundig. In ons Boven-Geuldal zien we nauwelijks zinkplanten, omdat hier te veel stikstofbemesting plaats vindt. Daar kan het Zinkviooltje niet tegen.

Aan de Belgische kant van paal 9 ligt het plaatsje Sippenaeken en iets verder oostelijk de plaats Kelmis (La Calamine) waar ertsen gedolven werden. De plaatsnaam Kelmis is afgeleid van het begrip galmei, een synoniem voor zinkerts. Tegenwoordig herinneren het Zinkviooltje, en andere aan zware metalen gebonden planten, aan minerale ontsluitingen.

Populierenbos (Foto: Hans Hermans)

Het Zinkviooltje is een lichtminnende plant die de voorkeur geeft aan een open vegetatie op kalkrijke grond. In de Nederlandse natuurreservaten bij de Geul staan de weinige Zinkviooltjes in de schaduw van hoge populieren.

Het meest fascinerende en tot de verbeelding sprekende plantje is het Zinkviooltje. Maar het is ook het meest ambivalente en het meest gecompliceerde plantje. Enige uitleg is nodig. Het Zinkviooltje groeit met zes andere planten, behorende tot het Zinkplantenverbond op vervuilde bodem. Duizenden andere planten zouden het hier geen week kunnen uithouden. Het Zinkviooltje behoort tot een groep van bij de Natuurbeschermingswet beschermde planten, die niet geplukt mogen worden. Maar de plek waar de planten groeien wordt, vanwege het hoge loodgehalte, als extreem vervuilde grond beschouwd. Door Nederlandse biologen wordt dit viooltje nog steeds Viola lutea (lutea = geel) genoemd, terwijl genetisch onderzoek 30 jaar geleden aan het licht bracht, dat door polyploďdie (genetische diversiteit), het Zinkviooltje in de loop der jaren muteerde uit Viola saxatilis (saxatilis = rots) en daarom ook wel Vogezenviooltje genoemd wordt. Die mutatie begon na de laatste ijstijd, die11.000 jaar geleden eindigde. Toen kon de resistentie beginnen en sloot het Zinkviooltje een ‘contract’ met de mycorrhizaschimmels, die het vermogen hebben om bij de wortels van de plant, het vergif van de zware metalen te elimineren.

Hčt Zinkviooltje (Foto: Hans Hermans)

Dit is wel een geel viooltje, maar niet hčt Geel viooltje! Het Geel viooltje hoort thuis op zure grond en heeft slechts 26 chromosomen. Op de foto zien we het Zinkviooltje; de enige soort met 52 chromosomen.

Het Zinkviooltje werd in 1811 voor de eerste keer genoemd door A.L. Lejeune uit Verviers (België). Hij dacht toen dat het variëteit was van het Geel viooltje en noemde de plant Viola lutea var. multicaulis. Ook de Duitse bioloog Förster noemde het plantje in 1878, in zijn “Flora van Aken” Viola lutea. In Nederland was het in 1925 de heer Kurris die kon aantonen dat zinkplanten een aanmerkelijke hoeveelheid zink kunnen verdragen en ook hij schreef over Viola lutea. Pas in de Flora van België (1983) noemt J. Lambinon de plant Viola calaminaria en beschouwt hiermee het Zinkviooltje als een zelfstandige soort met bijzondere eigenschappen. In datzelfde jaar gebruikt ook Erich Oberdorfer in zijn Duitstalige Exkursions-Flora de naam Viola calaminaria.

Vlag van Plombičres (Foto: Hans Hermans)

De gemeente Plombičres (Bleyberg-Gemmenich), is maar wat trots op haar Zinkviooltje en heeft naast de rode leeuw van Limburg, vijf bloemetjes opgenomen in haar gemeentevlag. De rode leeuw is historisch, want Plombičres behoort thans tot de provincie Luik.

In zeer kleine dosis is zink noodzakelijk is voor ons lichaam. De mens heeft zink nodig voor de huid, spieren en ogen. Een tekort aan zink kan onvoldoende werking van de geslachtsorganen veroorzaken, maar ook groeivertraging, vermindering van het smaakgevoel en gebrek aan eetlust. Zink ondersteunt het concentratievermogen en het immuunsysteem. Zinkzalf is een elixir voor wonden die moeilijk genezen. Het is natuurlijk wel van belang de huisarts in kennis te stellen.

Brokje schalenblende (Foto: Hans Hermans)

Een brok schalenblende, voor de aardigheid gepolijst, zodat wij de ertsen goed kunnen zien. De steen is opgebouwd uit zink, lood, sphaleriet en wurtsiet.

Huizen (Foto: Hans Hermans)

In deze huizen, met hangende tuinen, woonden mijnwerkers.

Heemkundige Historie Hans Hermans Heerlen (H5-grens 125)
Foto’s: H5-grens
[25 juli 2012]


Reactie

De bijdrage ‘Zinkviooltjes op de grens’, H5-grens 125 van 25 juli 2012, was voor dr. Esther Lucassen van Biogeochemical Water management & Applied Research on Ecosystems verbonden aan de Radboud Universiteit te Nijmegen, aanleiding een reactie te schrijven.

‘Ook ons is gebleken dat Populieren een nadelige invloed uitoefenen op de zinkflora en we hebben tijdens ons onderzoek geadviseerd de bomen, ter hoogte van het reservaat, weg te halen. Er zijn er een aantal op het terrein zelf gekapt, maar die langs de Geul staan er nog. Schijnbaar wil men hier niet aan, omdat die bomen er al vanouds staan en een historische waarde hebben. Ik concludeer eruit dat de historische waarde van de Populieren dan hoger moet zijn dan die van de zinkflora?

Mijn ervaring is ook dat op plekken met veel secundaire zinkslakken, de zinkflora het liefst met kalk in de bodem groeit. Aan de oevers van (onze) Geul, met een relatief laag metaalgehalte, werkt kalk averechts want dan blijft er geen zink meer beschikbaar voor de zinkflora. Het frappante was ook dat de zinkflora, die het ‘t langs heeft volgehouden in het zinkreservaat (zeg maar de overlevenden uit het verre verleden), in 2004 enkel groeiden op relatief zure locaties (pH 4,8-5,5) met relatief veel vrij beschikbaar tertiaire zink opgelost in het bodemvocht. Terugkomend op uw interessante artikel ‘Zinkviooltjes op de grens’, met de opmerking dat de zinkflora op kalkrijke locaties groeit, ben ik het wat betreft tertiaire locaties dus zeker niet eens. En ik zie in uw artikel een foto van een tertiaire locatie langs de Geul met daaronder de tekst dat de zinkflora kalkminnend is. Dit kan tot verwarring leiden bij beheerders.’ (…)

Groeten
Esther Lucassen