Lemiers, tweeling op de grens (3)

Zwart/wit ansichtkaart uit 1916 (fotograaf onbekend)

De ansichtkaart werd omstreeks 1916 gemaakt. Een eeuw geleden was fotograferen veel minder makkelijk dan nu, want de fotograaf moest een zwaar statief en glasplaten meenemen. Zelfs bij helder weer, waren er lange belichtingstijden onvermijdelijk. Toen deze foto gemaakt werd was Pruisen in oorlog met BelgiŽ, zodat ook de grens tussen Lemiers en Lemiers door een Pruisische soldaat bewaakt werd.

Het smokkelverhaal dat zich afspeelde tussen Lemiers en Lemiers, vond plaats in het midden van de 1e Wereldoorlog . Om de precaire situatie van die tijd te begrijpen, zetten we een paar feiten op een rijtje.

Aquarel gemaakt door Peter Reum (foto Dietmar Kottmann)

Peter Reum kwam in 1978 vanuit Duitsland naar Lemiers (NL) en woonde er vier jaar. In die tijd zat de grens tussen Lemiers en Lemiers nog op slot en Reum moest bij zijn paspoort een document voor Klein-Grensverkeer aanvragen, om het grensbruggetje te mogen passeren. Sinds 2005 woont de kunstschilder opnieuw in Lemiers en koestert ten opzichte van de grens en haar bilaterale bewoners positieve gevoelens. Die gevoelens brengt Reum tot expressie met zijn kleurige aquarellen. Dank aan Peter Reum voor zijn welwillende toestemming tot publicatie van zijn aquarel ĎSoldat am Bachí uit 2007.

Op 4 augustus 1914 verklaarde Pruisen de oorlog aan het neutrale BelgiŽ. Een week eerder had Oostenrijk de oorlog aan ServiŽ verklaard. Oostenrijk had vergeten de oorlog aan BelgiŽ te verklaren en deed het alsnog op 28 augustus 1914. Van mijn vader hoorde ik dat op 4 augustus 1914, het was een hete zomerdag, in de buurt van het Vaalser Drielandenpunt, Pruisische lansiers naar BelgiŽ trokken. In de loop van de dag trokken vanuit Aken circa 80.000 soldaten BelgiŽ binnen en staken hele dorpen in brand. De Nederlandse neutraliteit werd door Pruisen gerespecteerd. Dat was maar goed ook, want bij ons was de toestand zeer dubieus, omdat ons koningshuis banden met Duitsland had. Prins Hendrik, hertog von Mecklenburg, graaf von Schwerin, stak niet onder stoelen of banken dat hij met de Pruisen dweepte. Onder het mom van een inspectietocht voor het Rode Kruis, stak hij in 1914, in het zuiden van Limburg, illegaal de grens met BelgiŽ over om de Duitse opmars te bewonderen.

Wit huisje verborgen naast de beek (foto Hans Hermans)

De huisjes bij de Selzerbeek staan er nog steeds, maar werden soms verbouwd en herbouwd. Er staan nu aanmerkelijk meer bomen en struiken dan in 1916.

Medio 1915 besloot de Duitse regering een elektrische afrastering lang de Belgisch/Nederlandse grens te plaatsen en mettertijd werd de spanning opgevoerd naar 2000 volt. Vanaf mei 1916 werden in Duitsland alle levensmiddelen en dagelijkse producten gerantsoeneerd en waren uitsluitend verkrijgbaar met geld en distributiebonnen.

De 1e Wereldoorlog die van 28 juli 1914 tot 11 november 1918 duurde, was een gewapende strijd tussen de sterkste politieke, economische en militaire blokken van Europa. Aan geallieerde zijde kwamen 5,2 miljoen, aan centrale (Duitse) zijde kwamen 3,4 miljoen mensen om het leven.

Historisch zaalkerkje uit XIe eeuw (foto Hans Hermans)

Ook het kerkje in de oude kern van Lemiers (NL), uit de tweede helft van de XIe eeuw staat er haast ongeschonden bij. In 1879 werd de kapel verheven tot rectoraatskerk. Ruim acht eeuwen moesten de inwoners in dit zaalkerkje hun zondagsplicht vervullen, totdat er in de nieuwe kern een grotere kerk gebouwd werd. In het andere Lemiers bevindt zich geen kerk.

Smokkelverhaal

Op 8 juni 1916, dus midden in die oorlog, werden in Aken het nieuwe Kurhaus en de fameuze Quellenhof geopend. Notabelen hadden behoefte aan chique stoffen en lacetwerk uit BelgiŽ, maar de grenzen waren dicht. Het is niet bekend hoe tientallen meters kostbare kant vanuit BelgiŽ in het neutrale Lemiers(NL) terecht kwamen, wel is bekend hoe het waardevolle kloswerk in Lemiers (Pruisen) en later in Aken terecht kwam.

Joep en Wiel hadden er lang over nagedacht, maar nu wisten ze het zeker. Gekleed als pastoor en misdienaar zouden zij de grens van Lemiers naar Lemiers oversteken en de smokkelwaar meenemen. Op een warme zomeravond, zou het moeten gebeuren. Joep was gekleed in een albe (wit kleed) en Wiel in een zwarte toga. Wiel had een lantaarntje en een vinnig klingelend schelletje. De Nederlandse grenswacht was onder indruk van het vertoon en presenteerde zijn geweer. Aan de andere kant van het grensbruggetje stond een Pruisische soldaat die overtuigd was dat het zo hoorde en ging stram in de houding staan.

Aan het einde van het dorp werd ergens een deur geopend en het tweetal glipte naar binnen. ĎEn waar hebben jullie de dure kant?í - was de eerste vraag. ĎMoment!í- zei Joep die er opvallend corpulent uitzag. Het trok de albe over zijn hoofd en zag er uit als een levende spoel, opgewonden met kant. De afnemer haalde een plankje en terwijl Joep als een tol om zijn eigen as draaide en van lieverlee spuugmisselijk werd, kon de ander het kantwerk keurig en strak opwinden.

Het gezelschap dronk, op de goede afloop, een zelfgedistilleerde sjlieŽkrikkesjnaps (jenever uit sleedoornbessen) en aanmerkelijk slanker dan eerst wandelden Ďpastoorí Joep en zijn misdienaar terug naar het neutrale Lemiers.


Met dank aan de heer Dietmar Kottmann voor het maken van een fotografische reproductie van de Reum aquarel.

H5 Op de Grens (103)
[6 november 2011]