Eijsden op de Grens (2)

Witte huizen in Eijsden (Foto: Hans Hermans)

Reeds bij het Partagetractaat van 1661 viel de gemeente Eijsden aan de Staten van Holland. Met in de buurt veel Spaanse exclaves, fungeerde Eijsden als haven- en overslagplaats. Joodse handelaars vestigden zich hier en kwamen tot welstand. Van 1830 tot 1839 behoorde Eijsden tot België. Bijna steriel schitteren in Eijsden de gedistingeerde huizen.

We weten inmiddels dat het spoorwegverkeer tussen Eijsden en zijn Waalse buurman vaker dan eens een fiasco was. Maar ook op de Maas, die hier een grenslint vormt, is niet alles koek en ei. Er vaart een toeristenboot tussen Maastricht en Eijsden, maar de lijn is niet rendabel, zodat rederij Stiphout in 2012 er mee wil stoppen. Gelukkig pendelt hier ook nog de ‘Cramignon’, dat is een veerbootje, tussen Eijsden en Lanaye in België. Anders dan de veerbootjes op de Grensmaas, tussen Nederland en Vlaanderen, waar personenvervoer gratis is, moet voor de vaart naar Wallonië in de buidel getast worden. Veerverkeer tussen de beide Limburgen, wordt door de overheid gesubsidieerd.

Veerbootje legt aan in Eijsden (Foto: Hans Hermans)

De ‘Cramignon’ loost een garnituur Hollandse toeristen die in Lanaye waren. Sinds 2004 onderhoudt het voet- en fietspontje een geregelde dienst tussen Lanaye en Eijsden v.v. Let wel: Alleen in de maanden van mei t/m september. Eijsden heeft iets met Spanje, want eens per jaar wordt er de Cramignon, een Spaanse reidans, gezwierd.

Hier ligt Eijsden, het witte stadje, oostelijk van de Maas met propere huizen uit de vorige eeuw en aan de overkant ligt het burleske Waalse dorpje Lanaye. Gekscherend is er soms sprake van ‘Hameau du plumeau!’ Een groter verschil tussen twee grensplaatsen kunnen we ons nauwelijks indenken. Lanaye (Ternaaien) behoort tot de gemeente Visé (Wezet) en ligt in de provincie Liège (Luik). Tot 1977 was Lanaye een zelfstandige gemeente met minder dan duizend inwoners. Met de naam Ternaaien behoorde de plaats tot 1963 tot de Belgische provincie Limburg. De overheveling naar het Waalse Luik was vooral ingrijpend voor de inwoners van de wijk Klein-Ternaaien, omdat de inwoners er Nederlands praten. Aanvankelijk beloofde de regering dat Klein-Ternaaien bij Belgisch Limburg zou blijven, maar loze beloftes van de overheid zijn niet uitzonderlijk. De Romaanse taalgrens schuift, bij stukjes en beetjes, op naar het noorden, zodat Maastricht thans een Waalse zuiderbuur en Eijsden een Waalse westerbuur heeft.

Bord met rode tekst (Foto: Hans Hermans)

Met een vracht aan woorden maakt een Belgisch ministerie hier duidelijk dat het bij ongevallen niet aansprakelijk is.

De natuur, ik denk dan vooral aan de kalksteenbergen, is aan de Waalse kant van de Maas veel indrukwekkender dan in Eijsden. Schier aan Maastricht vast, ligt een steile wand van de Sint Pietersberg, waar eeuwen geleden, kalksteen in dagbouw gedolven werd. Het object is honderden meters lang en slechts 30 meter breed. Door zijn exotische expressie wordt die groeve ook wel de ‘verloren vallei’ genoemd. Er zijn ook ondergrondse gangen, abusievelijk mergelgrotten genoemd, waar de bilaterale jeugd fuiven organiseert. De vleermuizen vallen niet zelden van het plafond en dat komt niet alleen door het lawaai maar ook door de opwekkende wiet- en hasjdampen. Met de ‘Cramignon’ varen we terug naar Eijsden en de naam van het pontje is een interessant onderwerp voor de volgende bijdrage.

Dekbedden in raam (Foto: Hans Hermans)

Nu weten we ook waarom Lanaye soms ‘Hameau du plumeau’ genoemd wordt. We kunnen het vertalen met ‘donsbeddengehucht’, want dekbedden liggen er de hele dag in het raam.

Dekbedden in raam (Foto: Hans Hermans)

Onderaardse gang (Foto: Hans Hermans)

In de omgeving van Lanaye bevinden zich honderden gangen in het kalksteenmassief.

H5 Op de Grens (105)
[26 november 2011]