Vlaggen op de grens

Drielandenpunt met drie vlaggen (Foto: Hans Hermans)

Het Drielandenpunt, één steen, drie landen, drie vlaggen. De Belgische en de Duitse vlag lijken op elkaar, maar hebben toch een heel andere historie.


ver het algemeen is een vlag een gekleurde dundoek aan een mast, waaraan veel ceremonie verbonden is. Oorspronkelijk werden vlaggen met afbeeldingen van dieren gebruikt door militaire eenheden. Het was een grote schande als tijdens een veldslag een vaandel verloren ging. In de feodale tijd werd de arend (adelaar) afgebeeld op keizerlijke, de leeuw bij voorkeur op koninklijke en hertogelijke, de lint (draak) soms op grafelijke vlaggen. De RK Kerk plaatste het Lam Gods op haar vlag als symbool van de overwinning. De kleuren van de symbolen werden later gebruikt voor de horizontale of verticale banen van de nationale vlaggen. In de Nederlandse vlag het (oorspronkelijke) oranje van het graafschap Orange en de blauwe kleur uit het wapen van het Huis Nassau. De kleur zilver (wit) van de middenbaan is het symbool van gerechtigheid.

De huidige vlag van het Koninkrijk der Nederlanden is een horizontale driekleur met de kleuren rood-wit-blauw, waarbij de verhouding tussen lengte en breedte bij voorkeur 3:2 bedraagt. Sommige Nederlanders geven voorkeur aan de historische prinsenvlag, waar de bovenste baan niet rood maar oranje is, maar oranje en bruin zijn geen heraldische kleuren. In Nederland wordt buitengewoon oranje gevlagd bij sportevenementen. Voor landgenoten die oranje-wit-blauw als de enige juiste vlag beschouwen, heeft de overheid een oranje wimpel in het leven geroepen.

In 1544 erfde Wilhelmus van Nassouwe de Franse stad Orange en werd prins van Oranje. De oudste interpretatie van een Nederlandse vlag is uit 1572 met de kleuren oranje-wit-blauw, die werd zeven jaar later de officiële vlag van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. In het midden van de 17e eeuw werd oranje vervangen door rood, omdat die kleur iets briljanter is. Ook de Staten-Generaal gaf de voorkeur aan rood, want de oranje stadhouders waren niet overal geliefd.

Jeugdgroep met nationale driekleur (Foto: Hans Hermans)

Voor soldaten, padvinders, verkenners enz. heeft een vlag symbolische waarde.


In 1787 gingen er op aandringen van de prinsgezinden, opnieuw stemmen op om de kleuren oranje-wit-blauw te gebruiken. In 1794 werd Nederland bezet door Franse troepen en twee jaar later gaf de Staten-Generaal de voorkeur aan rood-wit-blauw. Die kleuren werden later in het Koninkrijk Holland en worden vanaf 1815 in het koninkrijk gebruikt.

Geen mens had verwacht dat de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB), in 1936 op het idee zou komen, om oranje-wit-blauw te herintroduceren… Dat was niet naar de zin van koningin Wilhelmina die op 19 februari 1937 door een Koninklijk Besluit duidelijk stelde dat de kleuren rood-wit-blauw blijven.

Op het Drielandenpunt wappert ook de Belgische vlag met drie verticale banen in de kleuren zwart-geel-rood. Deze kleuren werden 1789 ontleend aan het wapen van het historisch hertogdom Brabant, waar op een zwarte achtergrond een gouden (geel) leeuw met rode klauwen afgebeeld staat. Tijdens de Brabantse omwenteling van 1789, in de Oostenrijkse Nederlanden, werden deze kleuren reeds gebruikt, maar de volgorde was toen rood-zwart-geel in horizontale volgorde. Dat was feitelijk de vlag van de Verenigde Nederlandse Staten tijdens hun kortstondig bestaan. Bij het ontstaan van België in 1830 werd de volgorde veranderd in rood-geel-zwart, maar een jaar later werd het Belgische dundoek definitief veranderd in zwart-geel-rood. Men koos toen voor een vierkante vlag met verticale banen omdat het progressiever en revolutionairder is. Conservatieve landen zoals Nederland en Duitsland vlaggen immers met horizontale banen. Tegenwoordig is de officiële verhouding tussen lengte en breedte 15:13, maar steeds vaker zien we vlaggen met de verhouding 5:3.

De derde vlag op het Drielandenpunt is de Duitse met de kleuren zwart-rood-geel in horizontale volgorde. Die kleuren werden afgeleid van het middeleeuwse wapen met daarop een zwarte adelaar met rode klauwen tegen een gouden achtergrond. In 1815 werd de Duitse bond opgericht en werden zwart-rood-geel de nationale Duitse kleuren. Gelijktijdig werden in Pruisen ook de kleuren zwart en geel gebruikt. Daarmee waren radicale studenten het niet eens, zodat tijdens een betoging van het Lützower Studentenkorps op 12 juni 1815, een zwart-rood-geel vlagvertoon plaats vond. Op 29 mei 1832 was een grote manifestatie zodat de regering zich genoodzaakt zag om in te grijpen en op 5 juli 1832 die vlag definitief verbood. Vreemd genoeg werd in het revolutionaire jaar 1848, de vlag weer gebruikt en het waren vooral republikeinen die daarvan gebruik maakten. Geen wonder dat even later deze driekleur opnieuw verboden werd en overtreders justitieel vervolgd werden.

Op 9 december 1866 pleitte premier Otto von Bismarck, voor een horizontale vlag met de Noordoostduitse kleuren zwart-wit-rood, die tegenwoordig bij voorkeur door ultrarechtse Duitsers gebruikt wordt. De kleuren zwart en wit werden afgeleid van het wapen van het militante koninkrijk Pruisen en rood uit het wapen van het Pruisische Brandenburg. Een jaar later werd die vlag in de Grondwet van de Noordduitse Bond vastgelegd. In 1871 kwam er aan de Duitse bond een einde en werd uitsluitend gevlagd met zwart-wit-rood; de nationale vlag van het Duitse Rijk.

Oranje boven! (Foto: Hans Hermans)

Hoe gek het ook klinkt, oranje en bruin zijn geen heraldische kleuren.


In 1918, na de verloren Eerste Wereldoorlog, werd er niet gevlagd, maar in 1919, bij het begin van de Weimarrepubliek werden de twee vlaggen weer uit de kast gehaald. Tijdens de ‘Republiek’, die tot 1933 duurde, was er rondom de vlag permanent heibel, want de officiële kleur was zwart-rood-geel, maar Pruisische monarchisten en nationaal-socialisten wilden zwart-wit-rood. In 1933 kwam Hitler aan de macht en werden de bestaande vlaggen mettertijd vervangen door de rode bloedvlag met hakenkruis.

Na de verloren Tweede Wereldoorlog moest Duitsland gebruik maken van de internationale seinvlag ‘C’ (Capitulation Yes). Een seinvlag heeft geen ceremoniële betekenis en mocht persé niet door de geallieerde mogendheden gegroet worden. Op 23 mei 1949 werd de vlag met de kleuren zwart-rood-geel in ere hersteld en werd de lengte-breedte-verhouding 3:2 veranderd in 5:3. In 1959 ontstond in het Duitse Parlement enige verwarring rond de kleur goudgeel. De Bundesgerichtshof moest er aan te pas komen en orakelde dat volgens oeroude heraldische wetten goud en geel gelijkwaardig zijn. (…) Dat hadden de heren parlementariërs ook kunnen weten…

[1 januari 2011]
Hans Hermans