Vleermuizen onder de grens

Kasteel Neercanne met grenszuil 67 (Foto: Hans Hermans)

Kasteel Neercanne

Het imposante terrassenkasteel, het enige in Nederland, ligt ten zuiden van Maastricht, in de buurt van het Belgische Kanne. In 1839 kon baron De Thier, eigenaar van Neercanne, teweegbrengen dat zijn kasteel en een aantal mergelgrotten, bij Nederland bleven. Het verbaast dus niet dat de grens hier een grillige expressie heeft. Aan de voet van het kasteel stroomt de Jeker bij grenszuil 67 ons land binnen.


V

eel mensen hebben nog nooit een vleermuis van kortbij gezien. De zoogdieren met vleugels (lees vlieghuid) tussen voorpoten en staart beschikken over heel bijzondere zintuigen. Het zijn insecteneters, die tijdens de jacht gebruik maken van echolocatie, hetgeen betekent dat ze een ultrasoon geluid uitzenden en de echo daarvan opvangen. Op die manier kan het dier de afstand tot het insect nauwkeurig bepalen. Er was een vrij lange evolutie nodig om het systeem optimaal tot ontwikkeling te brengen. Onlangs werden fossielen van vleermuizen gevonden uit het Eoceen, een geologisch tijdperk, dat ruim 45 miljoen jaar achter ons ligt.

Ingang tot grot met grenszuil 69 (Foto: Hans Hermans)

Grenszuil 69

Achter de grenszuil bevinden zich een aantal ingangen tot het grottenstelsel. Vroeger gebruikten de boeren de grotten ook om vee te stallen en landbouwwerktuigen te parkeren.


In de warme maanden wonen de diertjes bij voorkeur in kerktorens, maar ook in windmolens en schuren. In die tijd baren de  vrouwtjes één jong en dat blijft binnen als de moeder in de schemering op muggenjacht gaat. In de koude wintermaanden zijn er geen insecten en geven vleermuizen er de voorkeur aan om in onderaardse groeven een winterslaap te houden. Dan zetten zij hun stofwisseling op een ‘spaarvlam’ zodat de lichaamstemperatuur niet hoger is dan 11 graden. Omdat de luchtvochtigheid ca. 98% bedraagt, drogen de diertjes niet uit.

Groeve Het Avergat (Foto: Hans Hermans)

Groeve Het Avergat

Die grot bevindt zich in Riemst-Kanne. Het diertje op het wapen is geen vleermuis, maar een dubbelkoppige rijksadelaar, aangezien een gedeelte van Kanne tot het einde van 18e eeuw een Duitse rijksheerlijkheid was.


In de mergelgrotten (feitelijk kalksteengroeven) tussen Nederland en België, leven twintig verschillende soorten vleermuizen, waarvan zeven soorten vrij algemeen zijn. De diertjes zijn honkvast, hetgeen betekent dat ze elke zomer een bepaalde kerktoren en in de winter een bepaalde groeve kiezen. Onderzoekers kwamen dit aan de weet door vleermuizen te ringen en de laatste jaren de diertjes te chippen.Door middel van microchips weten wij, dat vleermuizen, die tijdens de winter in de Limburgse grotten leven, in de zomer hun jonkies groot brengen in een kerktoren in Groningen. Van de Ruige vleermuis is bekend, dat zij vanuit zijn wintergrot naar Litouwen vliegt en op tijd terug keert.

Omdat in de EU alle soorten bij de wet beschermd zijn en Nederland en België reeds in 1991 het Eurobatsverdrag ondertekenden, mogen in de winter de grotten uitsluitend door geselecteerde natuurbeschermers bezocht worden.

Muurschilderingen (Foto: Hans Hermans)

Muurschilderingen

Ter lering ende vermaeck bevinden zich hier muurschilderingen waarop de echolocatie (radar/sonar) duidelijk gemaakt wordt.


In een afgelegen grensonderschrijdende mergelgroeve tussen Maastricht en Kanne werden meer dan 800 diertjes geteld, maar ook in een officiele groeve in Kanne sliepen de afgelopen winter zo’n 400 vleermuizen. Dit grensonderschrijdend grottenstelsel is een van de belangrijkste overwinteringkwartieren in Europa. Europa wil niet alleen een passieve bescherming, maar ook een actieve, zodat het project BatAction 950.000 euro subsidie ontvangt, voor het planten van bomen, heggen en hagen in het landschap. Vleermuizen maken gebruik van een sonar-radar-systeem en zijn ‘blind’ in een landschap zonder begroeiing.

Baardvleermuis (Foto: Hans Hermans)

Baardvleermuis

Een soort met een hoge aaibaarheidsfactor. Het diertje heeft geen baard, maar is wel sterk behaard. Vrij laat in de herfst zoekt deze soort zijn winterverblijfplaats op. De mannetjes worden tussendoor wakker en bevruchten de slapende wijfjes. De vroege paring heeft tot gevolg dat de wijfjes in juni een jong krijgen dat dan tijd genoeg heeft om volwassen te worden.


[1 mei 2010]
Heemkundige Historie Hans Hermans Heerlen