Massagraf in Borgharen

Smeermaas met verborgen grenszuil

In Borgharen begint de Grensmaas en feitelijk zou hier een grenszuil moeten staan. Aan de overkant ligt de Belgische plaats Smeermaas, waar verborgen achter een toilethuisje de grenszuil met nummer 106 staat. Motto: ‘Beter een half ei, dan een lege dop…!’


Tussen Smeermaas/Borgharen (zuil 106) en Maasbracht (zuil 126) bevindt zich het stroomgebied van de ruim 45 km lange Grensmaas. Hier staan de Maas en haar uiterwaarden al vele jaren in de belangstelling vanwege natuurontwikkeling en hoogwaterbeheer, ontgrondingen en ontgrindingen.

Lage waterstand tussen Borgharen en Smeermaas

Het peil van de Maas is de afgelopen weken dramatisch gedaald. Hier kan men bij wijze van spreken, via de ‘thalweg’ van Nederland naar België wandelen.


Sinds kort staat Borgharen extra in de belangstelling, want einde juni werd er tijdens een ontgrinding een massagraf met de resten van ca. 60 paarden ontdekt en blootgelegd. Het is voor het eerst dat in het westen van Europa een graf met zoveel paarden gevonden werd.

Aanvankelijk dachten archeologen dat de dieren sneuvelden tijdens de Franse belegering van Maastricht in 1673 door Zonnekoning Lodewijk XIV, maar andere experten denken dat de dieren om het leven kwamen tijdens de belegering van Maastricht door stadhouder Frederik Hendrik (1584-1647) en de daaraan verbonden veldslag in juni 1632. Ook de bekende Duitse veldheer Pappenheim was van de partij, maar die had de kant van de Spanjaarden gekozen.

Geraamte van een paard

Ook zonder anatomische kennis is goed te zien dat hier een paardengraf gevonden werd. De beenderen, die zeer broos zijn, zullen over tientallen universiteiten verdeeld worden.


Stadhouder Frederik Hendrik, een zoon van Willem de Zwijger en zijn vierde eega Louise de Coligny, was de overwinnaar. Op 9 juni 1632 arriveerde hij met zijn Engelse, Schotse en Franse troepen bij de Maas in Borgharen en maakten er een botenbrug. De stadhouder beschikte over 17000 infanteristen en 4000 cavaleristen. Zijn aanvoerder Van Brederode stond op de rechtervleugel. De Spaanse troepen in Maastricht beschikten over 2000 soldaten en de bevolking vocht aan de kant van de Spanjaarden. De gevechten duurden tot 21 augustus 1632.

Op 1 juli 2010 was er veel belangstelling

Om begrijpelijk redenen is het baggergebied verboden terrein voor onbevoegden, maar op 1 juli 2010 zette het Consortium Grensmaas de poorten wijd open en gaven archeologen van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) uit Amersfoort, tekst en uitleg.


Royaal en vorstelijk verleende hij de Spaanse soldaten toestemming om op 23 augustus 1632 met: 'Vliegend vaandel en slaande trom, met in de hand een brandend lont en een kogel in de mond !' – eervol de stad te verlaten. De katholieke inwoners van Maastricht waren somber, want er braken moeilijke tijden aan en de Tachtigjarige Oorlog zou nog 16 lange jaren duren en op sommige plaatsen zelfs tot 1661.

Een landkaartje verklaart de situatie

Bij het massagraf plaatste men duidelijke landkaarten van de historische situatie in 1632. Goed te zien zijn de legerplaatsen en de botenbrug van Borgharen.

Heemkundige Historie Hans Hermans Heerlen
[7 juli 2010]


[10 juli 2010]

Van de Archeodienst Gelderland ontving ik het onderstaande bericht:

“Compliment voor uw website. Ik zou een enkele correctie willen aanbrengen: het paardengraf wordt door ons onderzoeksbureau (Archeodienst) opgegraven in opdracht van het Consortium Grensmaas (niet door de Rijksdienst, die wel ondersteuning geboden heeft).”


[13 december 2013]

Niet alleen tijdens de opgravingen in 2010 maar ook bij het aanvankelijke onderzoek was men van mening dat de 65 paarden sneuvelden in de Tachtigjarige Oorlog. Consciëntieus onderzoek bracht nu aan het licht dat de dieren omkwamen bij de belegering van Maastricht door de Franse generaal Kléber in 1794. De paarden zijn tijdens een veldslag om het leven gekomen, want een aantal dieren vertoont schotwonden. Volgens de onderzoeker was het verre van gemakkelijk om de meer dan dertienduizend botten aan een bepaald jaartal te koppelen, omdat de gebruikelijke koolstofanalyse, ook bekend als C14-methode, in dit geval niet gebruikt kon worden. Er werden niet alleen botten maar ook de 188 hoefijzers onderzocht. Het zouden eigenlijk 260 hoefijzers moeten zijn en niemand weet waar het ontbrekend beslag gebleven is. Er werden ook stukjes keramiek en aarden pijpenkoppen gevonden, zodat met die artefacten het overtuigend bewijs geleverd werd. We weten nu ook dat het geen Nederlandse maar Franse paarden waren. Een interessant gegeven is dat we hier te maken hebben met het grootste paardengraf dat ooit in Europa ontdekt werd.

Eén van die skeletten maakt thans deel uit van de vaste collectie van het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden en op 12 december 2013 werd ook in de kasteelhoeve Hartelstein bij Itteren (Limburg) een vitrine met een paardenskelet onthuld. De overige 63 skeletten gaan naar het archeologisch depot van de gemeente Maastricht.


Met dank aan mevrouw Ellen Vreemdegoor van de Archeodienst die mede het onderzoek verrichtte en op 12 december 2013 via de televisiezender Limburg-1 duidelijke uitleg gaf.