Drieherensteen Trilogie (1)

Dragline en Drieherensteen (Foto: Hans Hermans)

Een dragline verplaatste op 17 april 2000 de Drieherensteen naar de rand van de weg. We zien duidelijk dat de steen een driehoekige vorm heeft. Op de achtergrond de kerktoren van Bocholtz.


1. De ontdekking in 2000

Het was een onbeschrijflijk geluksgevoel, toen ik tijdens een wandeling op zaterdag 15 april 2000 tussen een hoop puin, bij de oprit van de autosnelweg A76, een driehoekige adelaarsteen ontdekte. Onderzoek bracht aan het licht, dat de prismavormige steen, zeer waarschijnlijk, in het verleden dienst deed als ‘Dreyherriger Pfahl’(Drieherensteen). De Vrije Rijksstad Aken werd reeds genoemd in 1336 en rond 1386 bevond zich hier al het Drielandenpunt tussen het Rijks-Duitse Aken, het hertogdom Brabant en het hertogdom Gulik.Volgens grensprotocollen was de Drieherensteen in 1659 het raakpunt van drie soevereine gebieden: Het Heilige Roomse Rijk der Duitse Natie waartoe Aken, de Spaanse Nederlanden waartoe de Schepenbank Simpelveld-Bocholtz en het hertogdom Gulik waartoe het Heydener Ländchen (Horbach) behoorde. In een grensprotocol uit 1772 staat: ‘Liegender Pfahl mit Adler, am Dreyherrigen Pfahl genannt’(…) Ooit stonden rondom Aken, bij de 70 km lange landgreppel 140 grensstenen, maar daarvan zijn er nog slechts twintig over.

Aan deze belangrijke ontdekking ging, voor mij persoonlijk, een zeer dramatische periode vooraf. Mijn vrouw werd in 1999 ernstig ziek en overleed op 8 januari 2000, de dag toen ze 60 jaar werd. Dat is heel bijzonder, maar bijzonder is ook dat wij een afspraak maakten; zij beloofde mij te vergezellen. Binnen honderd dagen na haar dood, ontdekte ik de Drieherensteen… Ik wil de lezers niet vervelen met andere spirituele details; de steen is al overtuigend genoeg.

Duidelijke uierstructuur (Foto: Hans Hermans)

Hier zien we dat de steen gemaakt werd uit de zeer zeldzame steensoort ‘grès mammifère’. Op de zandsteen bevinden zich uiervormige uitstulpingen.


Hebben wij het aan de stad Aken of aan de steenhouwer te danken, dat hij voor de Drieherensteen een speciale steensoort prefereerde? Hij gebruikte geen gewone zandsteen, maar de expressieve ‘grès mammifère’, (uiervormige zandsteen), die zeer zeldzaam is. Opvallend is ook dat hij voor de ‘Herrenpfahl’ geen rechthoekige steen gebruikte, maar de voorkeur gaf aan een prismavormige steen. Op de 55 cm brede zijde beitelde hij de Duitse rijksadelaar, de 45 cm brede kant stond tegen de Spaanse Nederlanden en de smalle kant van slechts 25 cm tegen Gulik.

Omdat de steen versierd is met de Duitse rijksadelaar, stelde ik reeds op 15 april 2000 bestuursleden van heemkundeverenigingen te Aken in kennis. Helaas toonden zij opmerkelijk weinig belangstelling, zodat ik op 17 april 2000 de directie van GOB Avantis verzocht, de historische steen in een loods op te slaan. Twee weken later werd de steen naar het Archeologisch Bodemdepot van de Provincie Limburg te Maastricht vervoerd.

Zwart/wit foto uit krant (Foto: Media Group Limburg)

Deze foto stond een paar dagen later in kranten van de Media Group Limburg. Ook hier is de uiervormige expressie goed te zien.


Er is nog een derde reden om aan te nemen dat dit de ‘Dreyherriger Pfahl’ is. Op 17 november 2000, vond er op het GOB (Grensoverschrijdend Bedrijventerrein) Avantis, op de grens Heerlen (NL) en Aken (BRD) een bilaterale fuif plaats. Een jaartje eerder was men gestart met het grondverzet en op vrijdag 17 november werd, zoals dat in Duitsland gebruikelijk is, het ‘Richtfest’ gevierd. Door grondverzet werden puin en stenen vanaf het oude drielandenpunt, via de Herrenpfahlweg, naar een depot verplaatst in de buurt van de politiek paalsteen nummer 210B. Het ligt voor de hand dat de Drieherensteen zich toen al tussen de afval bevond. Bij paalsteen 210B werd even later een minirotonde aangelegd, zodat de afvalhoop nogmaals verplaatst moest worden. Toen werd alles op een hoop gegooid bij de zuidelijke oprit van de autosnelweg A76/E314 en dat is de plek waar ik op 15 april 2000 de Drieherensteen vond. Nog steeds vraag ik me af, waarom de diverse baggeraars die de steen op de schop hadden, niets gezien hebben.

Detailfoto (Foto: Hans Hermans)

[4 januari 2010]
Heemkundige Historie Hans Hermans Heerlen