Luikse Perroen met Pijnappel

Perroen met pijnappel (Foto: Hans Hermans)

Eeuwen geleden plaatste men in belangrijke plaatsen zgn. marktvredekruisen. Het betekende dat in die plaatsen marktrechten golden en er ook de lagere rechtspraak beoefend mocht worden. Niet zelden stond er naast het marktvredekruis ook een schandpaal en in belangrijke steden zelfs een schavot. In de loop van de eeuwen werd het marktkruis vervangen door een zgn. perroen (pierre betekent steen). Het was een stenen zuil op een verhoging, die aan de voet versierd werd met leeuwen en bekroond met een pijnappel en daarboven een kruisje. Tijdens een uitstapje ontdekte ik een perroensteen in de plaats Warsage, die vroeger tot het graafschap Dalhem behoorde en thans tot de provincie Luik. De Nederlandse naam ‘Werste’ werd reeds gebruikt in de 12e eeuw en heette vanaf 1815 tot 1830 Weerst.


[1 augustus 2009]

Li péron Lîdjwès

Luik is een stad met vier namen. De Fransen zeggen Liège, de Duitsers Lüttich, maar de inwoners noemen hun stad Lîdje. De troetelnaam luidt ‘La Cité Ardente’ (De vurige stede) en dat zegt bijna alles over haar inwoners. Als men in België over ‘De Vurige Stede’ spreekt, wordt in ieder geval Luik bedoeld. Naast Li Péron, het stevige perroen, heeft Luik ook nog een wapen met een stampende stier en een vlag met een rode haan. De emblematiek is overtuigend.

In 706 werd de bisschopszetel verplaatst van Maastricht naar Luik. Van 706 tot 972 waren er gewijde bisschoppen, van 972 tot 1506 meestal electe rijksbisschoppen. In de loop der eeuwen kregen de bisschoppen van Luik steeds meer wereldlijke macht, doordat zij gebieden in leen kregen van de keizer van het Heilige Roomse Rijk der Duitse Natie. Van 1506 tot 1794 werd het prinsbisdom Luik geregeerd door prins-bisschoppen. In 1794 verloor Luik haar wereldlijke rechten en sinds 1802 is Luik een bisdom met gewijde bisschoppen.

Perroen Luik (Foto: Hans Hermans)

In Luik zegt men: ‘Het perroen staat als een 1’, geen wonder, want Luik was de eerste plaats en residentie van de rijksbisschop of prinsbisschop. Het is niet verwonderlijk, dat daar het hoogste perroen staat. De zuilenfontein is veel meer dan een monument, het perroen is hèt herkenningsteken van de vrijheid en de onafhankelijkheid van het rijksprinsbisdom. Het perroen staat propvol symboliek en Luikse identiteit. De pijnappel is vanwege zijn talrijke zaden het symbool van de verzamelde gemeenschap onder het kruis van hun soeverein.


De rijks- en prins-bisschoppen van Luik hadden wereldlijke macht. Het perroen stond voor soevereiniteit, autonomie en zelfstandigheid. Aanvankelijk voor de heerser zijn bisdom en zijn stad, doch vanaf de 14e eeuw, mochten ook andere ‘Bonnes Villes’ (goede steden) een perroen oprichten. Om het statuut van ’Bonne Ville’ te krijgen, moest de stad ommuurd zijn of kreeg zij toestemming een omwalling te bouwen. In het midden van de 17e eeuw waren er elf ‘Villes Françoases’ (Romaans/Waalse steden) en twaalf ‘Villes Thioises’ (Diets/Vlaamse steden).

Het perroen is meer dan een stevige stenen paal. Aan de voet van die zuil een trap met vier treden, die in de middeleeuwen een functie hadden. Op de eerste trede werden nieuwigheden door een bode bekend gemaakt, op de tweede mocht de schout of burgemeester zijn verordeningen en privileges publiekelijk maken, op de derde werden wetten door de drossaard bekrachtigd en op de vierde mocht de rechter doodvonnissen en verbanningen een legitiem karakter geven.

Vlag van Luik (Foto: Hans Hermans)

De vlag van Luik: 1e kwartier: Perroen en de letters LG (Libertas Gentis); 2e kwartier: Vlag van hertogdom Bouillon; 3e kwartier: Leeuwen van markizaat Theux-Franchimont; 4e kwartier: Vlag van graafschap Loon; Tussen 3e en 4e kwartier: Posthoorns van graafschap Horne.


Op de top van de zuil een vergulde pijnappel en een kruisje. De pijnappel was het symbool van de wereldlijke macht en de verzamelde gemeenschap. Het kruisje was het embleem van de kerkelijk macht van de rijksbisschop. Soms bevond zich een ijzeren ring in het midden van het perroen om misdadigers aan de kaak (te schande) te stellen.

Reeds 1193 werd op munten van de Luikse rijksbisschop Simon van Limburg een perroen afgebeeld en in de 14e eeuw werd het perroen opgenomen in het wapen van de stad. Op het wapen staan ook de letters ‘LG’ (Libertas Gentis) en ook dat betekent dat de vrijheid van de bewoners beschermd werd door de soeverein.

Heemkundige Historie Hans Hermans Heerlen

Luikse stier (Foto: Hans Hermans)

Zeg in Luik niet ‘Le Taureau’ maar ‘Li Torai’. De stad heeft zijn eigen Waals patois en de inwoners zijn net zo eigenzinnig en temperamentvol als hun stier.

Luikse Haan (Foto: Hans Hermans)

De gele vlag met hun Rode Haan staat voor de Franstalige gemeenschap met hun Waalse basis en hun patois. Daarom wordt het dier niet zelden ‘Cok Walon’ (Waalse Haan) genoemd. De vlag werd in 1913 ontworpen en is veel jonger dan de Vlaamse Leeuw uit de 12e eeuw. In 1998 werd het de officiële vlag van Wallonië.