Grensstenen van Abdij Burtscheid

Wapen van Renesse (Foto: Hans Hermans)

Rond 1735 gaf abdis Anna-Karola von Renesse, de Akense stadsbouwmeester Johannes J. Couven opdracht de bestaande abdijkerk Sint Jan te Burtscheid, door een gebouw in barokke stijl te vervangen. Tegen de toren bevindt zich het wapen van abdis Von Renesse, bestaande uit twee gouden leeuwen en zilveren gelozanjeerde (pastilles) ruiten. De leeuwen zijn kenmerkend voor Renesse (Zeeland), de pastilles voor Beijerland (Zuid-Holland). Haar wapenspreuk luidde: DOMINUS PROVIDEBIT (God zal zorgen).


[28 maart 2009]

Een ‘signeur’ op weg door het Preusbos op zoek naar buitenissige grensmarkeringen, vond in het aanpalende Malensbos en Kerperbos (Vijlen) paalstenen met de letters AB. Bij nader onderzoek bleken het perceelstenen te zijn van de Abdij Burtscheid bij Aken. De letters AB kunnen natuurlijk ook Abdijbos of Abdissenbosch betekenen. Reeds in 1016 en 1320 ontving de abdij landerijen en boerderijen in Vijlen en omgeving. Omdat hier over een eigengoed (allodium) en niet over een leengoed gesproken werd, was de Duitse abdis van Burtscheid de absolute en soevereine landsvrouwe van Vijlen. Volgens oude wetteksten staat boven een allodium uitsluitend God en de Zon. Iedere vorm van rechtspleging behoorde toe aan de bezitter en het allodium maakte geen deel uit van het koninkrijk waarbinnen het zich bevond. Zo gezien waren de AB-stenen meer dan alleen maar perceelstenen, het waren tevens stenen die in Nederland een aantal Duitse enclaves kenbaar maakten.

Dank aan Werner Felder die op 15 december 2008 overleed en aan wie natuur- en grenssteenvrienden ontzettend veel te danken hebben. Ook dank aan Karl en Sophia Habets voor geografische aspecten en Peter Bertram voor heemkundige.

AB-steen en boom (Foto: Hans Hermans)

Zoals we hier zien, werden door de abdis niet uitsluitend paalstenen geplaatst maar ook grensbomen geplant. Een steen kan nog wel eens verplaatst worden, maar een boom staat vaster...


De Abdij Burtscheid had ook eigendom aan de Rijn, Ahr en Moezel, want goede wijn was zeer belangrijk. Dat de abdij ook bezittingen had in de Zuidelijke Nederlanden, is verklaarbaar. Jan III ridder Van Renesse (Schouwen-Duiveland), was leider van de Vlaamsgezinden in Zeeland en woonde op slot Moermond bij Renesse. Hij lag in de clinch met Floris V graaf van Holland en werd uit Zeeland verbannen. Hij vluchtte naar Vlaanderen en zodoende werd nakomelinge Anna-Karola de Renesse, die op kasteel Genoels-Elderen woonde, van 1701 tot 1763 abdis van de abdij Burtscheid en landsvrouwe van Vylen.

In 1794 werd Nederland bezet door Fransen en op 5 april 1795 confisqueerden die revolutietroepen adellijk en kerkelijke bezit. Dat betekende dat de in en om Vijlen gelegen Duitse gebieden, samen met Vaals bij het Franse Maasdepartement gevoegd werden. Dat gold uiteraard ook voor de 25 Oostenrijkse, Staatse, Luikse en Duitse vorstendommetjes in de huidige provincie Limburg.

Heemkundige Historie Hans Hermans Heerlen

Kaartje

Een overzichtje van de AB-stenen. In de buurt ligt ook de politieke paal NL/B met nummer 7. De enige paal die bij een karstgebied staat, waar spontaan een heerlijke bron uit de grond sproedelt. Dat is tevens de bron van de grensbeek tussen NL en B. Maar het verhaal over paal 7 bewaar ik voor een volgende keer.