Onder de zwart-wit-blauwe vlag

Vlaggen van België en Moresnet (Foto: Hans Hermans)

Zoals het hoort, wapperen de vlag van Belgie en de historische vlag van Neutraal-Moresnet zusterlijk naast elkaar.


[6 november 2008][herzien 12 februari 2009]

Het Weense Congres zette in 1815 het land tussen Maas en Rijn op zijn kop. Limburg viel aan Nederland, terwijl Aken met het Duitse Rijnland bij Pruisen gevoegd werden. In Wenen konden staatsmannen het niet eens worden over de Altenberg, gelegen tussen Nederlands- en Pruisisch Moresnet. Op 9 juni en op 25 juni 1815 beschouwde men in Wenen het 344 ha. kleine driehoekige terrein als ‘Arrangement provisoire’, zodat Altenberg onverdeeld bleef. Daarbij werd het concept ‘neutraal’ niet gebruikt.

Aangezien de bij Aken gelegen industriestad Stolberg zink nodig had om messing te produceren, was Pruisen geïnteresseerd in galmei (zinkerts) en beschouwde men ‘Provisorisch Moresnet’ als een Duitse vazalstaat. Volgens Alfred Bertha (lector uit Hergenrath), waren de bepalingen (Art. 25 en 66) van het Weense Congres zeer vaag, want de Altenberg was te klein was, om er veel aandacht aan te besteden. Volgens Firmin Pauquet (leraar geografie uit Kelmis), was Moresnet zelfs geen condominium (tweeherenrijk), omdat Pruisen en Nederland, het gebied als eigendom beschouwden. Pruisen zag de onverdeelde landstreek als een vazalstaatje, zodat er in 1816 in Aken een conferentie plaatsvond. Ook toen was tweeherigheid voor Pruisen onbespreekbaar en werd het concept ‘neutraal’ niet gebruikt. De Aldenberg zou en moest een gebied worden met een Pruisische staatsmacht, met Pruisisch staatsrecht en met Pruisisch staatsvolk.

In Aken werd Art.17 geratificeerd: ‘La ligne de démarcation restera indéterminée’, (Het verloop van de grenslijn zal onbeslist blijven). Waar geen grenslijn is, is ook geen land en zodoende ontstond op de snijlijnen van Vaals, Laurensberg en Altenberg op 26 juni 1816 een Driestrekenpunt. Omdat de Altenberg geen soevereine staat en zelfs geen condominium was, werden de nieuwe inwoners door Nederland en Pruisen als ‘statelozen’ beschouwd. Volgens Dietmar Kottmann (jurist uit Aken), lag dit gevoelig omdat het gebied niet alleen op politiek en juridische, maar ook op het academische vlak, zeer twijfelachtig was en hij bij voorkeur het begrip concustodium (gemeenschappelijke berusting) gebruikt.

Volgens Herbert Ruland (historicus uit Eupen), bleef het vermeend neutrale landschap, bijna een eeuw een provisorium (tijdelijke toestand) en werd vanaf 22 september 1830, toen Nederlands Moresnet aan België viel, in Brussel de naam ‘Enclave Moresnet’ gebruikt. De Nederlandse commissaris Joseph Brandes werd verjaagd en in 1835 kwam er in zijn plaats de Belgische commissaris Lambert Ernst. Op 16 augustus 1839 kwam het oostelijke deel van Limburg opnieuw bij Nederland en ontstond op het snijpunt van de grenzen Vaals, Laurensberg, Gemmenich en onverdeeld Moresnet, het Vierstrekenpunt gelijktijdig Drielandenpunt. In de jaren die volgden, nam de bevolking van ‘provisorisch Moresnet’ toe en de zakelijk ingestelde dokter Molly, liet illegale postzegels drukken en munten slaan. Die werden na korte tijd Ausser Cours geplaatst.

Op 4 augustus 1914 trok het Duitse 25e Infanterieregiment vanuit Aken, via het Drielandenpunt in richting Luik en toen België een dag later de oorlog aan Duitsland verklaarde, werd het onverdeelde Moresnet door Duitsers bezet. Dit was feitelijk in strijd met Art. 17 van het Verdrag van Aken, waarin uitdrukkelijk vermeld stond, dat militaire bezetting verboden is. Op 27 juni 1915 werd het onverdeelde gebied ‘de facto’ door Pruisen geannexeerd en kwam er na precies 99 jaar een einde aan een vermeend Neutraal Moresnet. De Belgische commissaris Bayer sloeg wijselijk op de vlucht en een Pruisische officier nam de macht over. Op nostalgische ansichtkaarten herinneren woorden zoals Vierlandenpunt en Vierlandenblik aan een landstreek die een gewaand staatsrecht en een vermeende staatsmacht had.
De burgemeester hield zich koest en de tandarts annex vroedmeester, drukte een paar bedrieglijke postzegels.

Toch waren de bewoners trots op hun plaats en vlagden bij iedere gelegenheid met de kleuren zwart-wit-blauw. Hun tricolore was samengesteld uit de Duitse kleuren zwart en wit, blauw uit het huis Nassau. Op 28 juni 1919 en 15 september 1919 viel het insubstantiële staatje ‘de juro’ aan België en werd toen La Calamine genoemd. De stateloze burgers die kennelijk geen deel uitmaakten van een staatsvolk, mochten toen een nationaliteit kiezen. In zijn boek ‘150 Jahre Regierungsbezirk Aachen’ schreef historicus dr. Klaus Pabst: ‘Neutral-Moresnet, ein Dorf ohne Staatsangehoerigkeit’. (…) Ook in andere boeken lezen wij het een en ander over een neutrale staatsmacht en een vierlandenpunt, maar het was allemaal fictie.
Feitelijk was het twijfelachtige gebied een intolerabel deprincipio, hetgeen wij vertalen kunnen met: onverdraaglijke machtsstructuur.

Interessant is wel, dat zich in die tijd op het hoogste punt van Nederland een ‘Vijfgrenzenpunt’ bevond met de gemeentegrenzen van Vaals, Laurensberg, Neu-Moresnet, Kelmis en Gemmenich. Sinds 1 januari 1977 bevindt zich hier het Viergrenzenpunt met de gemeentegrenzen van Vaals, Aken, Kelmis en Gemmenich. Dat zich hier sinds 16 augustus 1839 een Drielandenpunt bevindt, wisten we al.

Heemkundige Historie Hans Hermans Heerlen

Twee vlaggen en monument (Foto: Hans Hermans)

Hier zien we de Belgische tricolore en de historische vlag van Neutraal-Moresnet, naast het bevrijdingsmonument. Kelmis werd op 12 september 1944 door een onderdeel van de US Big Red One (Amerikaanse Eerste Divsie) bevrijd. De eerste jaren na die oorlog werd de plaats La Calamine genoemd.