Wigbold (2)

Waarschijnlijk is het begrip ouder dan we denken. Een stadsschrijver met de naam Thietmar von Merseburg, schreef reeds in 994, dat in de Hanzestad Stade de burcht met de naam Stethu, aan de oever van de Schwinge, binnen de stadsmuren lag. Maar, dat daar een handelsplek (kade?), die soms fries en soms wik genoemd werd, buiten de stadsmuur lag. In steden aan een rivier, werden stad (burcht) en vrijhaven (wik) door die rivier gescheiden, niet alleen in Duitsland, maar ook in de Nederlandse steden Brugge, Gent, Ieper, Mechelen en Maastricht. Ook in Utrecht zou ooit een wigbold gelegen hebben? In belangrijke steden was er een brug over de rivier, in minder belangrijke steden moesten de burgers met een bootje of via een voord oversteken. In de oude Hoogduitse taal gebruikte men het woord furt. Zowel bij onze oosterburen, alsook bij ons komen we het woorddeel in plaatsnamen tegen. Denken we aan Frankfurt, Amersfoort en Coevorden. De laatste naam geeft aan dat rundvee van een voord gebruik maakte, net zoals in Oxford en in Ochsenfurt.

Het gebeurde ook regelmatig, dat de stadsgordel te eng werd. Dan kwamen er nieuwe muren en wallen, waarbij de wigbold soms binnen de stadsmuur kwam te liggen. Het kon ook gebeuren dat een stad over meer dan een wigbold beschikte. In 1488 berichtte de stad Braunschweig over: der statt to Braunschweig in allen vijff wickbilden. (Ö) Maar in 1512 werden de vijf wigbolden samen gevoegd en werd het totale gebied Weichbild genoemd. Zo gezien, kan door urbanisatie een wigbold binnen de bebouwde kom (komen te) liggen.

Karel de Grote verleende veel privilegiŽn, maar of hij dit ook deed m.b.t. wigbolden is niet bekend. Wel is bekend dat keizer Friedrich I van het Heilige Roomse Rijk der Duitse Natie, op 9 januari 1166 de stad Aken marktrechten op twee markten verleende. Ook mocht Aken munten slaan, die dezelfde waarde hadden als de munten uit Keulen. In 2007 werd er in Aken werd archeologisch onderzoek verricht naar voormalige nederzettingen van kooplieden ten noordwesten van de Johannesbach. Of dit een wigbold was, is nog niet bekend. Van de heer Dietmar Kottmann, voorzitter van de Heemkundevereniging Laurensberger Heimatfreunde, ontving ik volgende belangrijke aanvulling: Bij recente opgravingen in Aken werden voorwerpen, die duiden op een nederzetting binnen het in lectuurbronnen genoemde Vicus Aquensis, gevonden. Bodemonderzoek tussen Pontstrasse/Beginenwinkel en de Barbarossamuur, leverde artefacten die getuigen van vroegmiddeleeuwse nederzettingen. Het is jammer, dat tijdens de bouw van het woonproject Barbarossapark meningsverschillen ontstonden, tussen de archeologische dienst en de bouwheer van het project. De laatste weigerde medewerking te verlenen aan een bodemonderzoek. Bovendien vernielde hij moedwillig een perceel van hoge archeologische waarde, waarbij waardevolle substantie verloren ging.

Vondsten aan de noordwestelijke oever van de Johannesbach, geven te kennen dat zich hier sinds de Romeinse keizertijd tot in de vroege middeleeuwen, een nederzetting bevond. Keramische artefacten maken duidelijk dat rond de 7e en 8e eeuw, het gebied opnieuw bewoond werd. Er werd Walberberger en Badorfer aardewerk gevonden. Ook artefacten uit het Midden-Maas-gebied.

Er werd geglazuurd aardewerk gevonden van het type Hoei. Ook werden er twee uit een koperlegering gemaakte gespen gevonden. Gespen die doorgaans als aspect van een klederdracht door Friese vrouwen gedragen worden. We mogen het als indicator beschouwen voor de rijkdom en materiŽle cultuur van beter gesitueerde stadbewoners van de Vicus Aquensis. De nauwkeurige omvang van de Vicus in relatie tot de meer bekende, maar veel kleinere Palatium (het gebied van de palts Aken) is nog niet bekend.

Heemkundige Historie Hans Hermans Heerlen