Wigbold (1)

[20 juni 2008]

p 17 april 2008 vroeg Dick Taat bijzonderheden m.b.t. Wigboldstenen.
Toevallig schreef ik in het juninummer (2008) van tijdschrift De Bongard, van de gelijknamige heemkunde-vereniging De Bongard Simpelveld-Bocholtz, een verhaal over de Wigbold en zijn juridische betekenis voor de middeleeuwse stad.

Maastricht heeft ook thans nog een stadswijk met de naam Wyck. Of het ooit een Wykbold, Wikbold, Wigbold, Weichbild of Wijkbeeld was, weten we niet met zekerheid. Er werden tot nu toe geen wigboldstenen gevonden.

De bekende humanist Herbenus (1451-1538) uit Maastricht scheef in 1486 een stadsbeschrijving met de naam De Traiecto Instaurato. Ook in zijn tijd behoorde het stadsdeel Wyck, aan de oostkant van de Maas, tot Maastricht. Van een wigbold is bekend, dat het een begrensd stadsgebied was dat meestal buiten de stadsmuren lag. Vanuit de stad gezien, was het een exclave, waar de stadsrechten van toepassing waren.

Wyck, aan de oostkant van de Maas kreeg, na Maastricht, in de 14e eeuw een stadsmuur bestaande uit carboonzandsteen. Terwijl in de loop van de eeuwen, zowel in Maastricht, alsook in Wyck, veel walmuren afgebroken werden, is de Waterpoort, die ook ‘Mertenspoort’ genoemd werd, behouden gebleven. Vroeger was er sprake van een fries of kade, die via een kleine doorgang bereikbaar was. Waarschijnlijk golden er de rechten van een vrijhaven.
(De Waterpoort heeft onlangs voor een gedeelte een nieuw expressie gekregen. De verpauperde helling naar de Maas werd voorzien van trappen, waar bij zomers weer studentes hun beentjes bruinen.)

Meestal was de wigbold een aspect van een middeleeuwse infrastructuur. Maar soms werd het begrip ook gebruikt, als synoniem voor een bepaalde begrenzing, al dan niet met bebouwing. Volgens etymologen werd het begrip wigbold niet afgeleid van ‘wig’, maar van ‘wijk’. Daarvoor waren er veel doorgeefluiken nodig. Volgens de Duitse Wikipedia werd Weichbild afgeleid van het Latijnse woord vicus, Oudhoogduitse woord wih, het Gotisch weihs, het Oudsaksische wik en het Nederlandse woord wijk. In Westfalen werd het begrip Wickbileden reeds gebruikt in 1142, in Leipzig in 1170 als Wicbilede en in Bremen in 1259 als Wickbolde.

Meestal was in een wyck of wik dezelfde jurisdictie van toepassing als in de stad. Maar het gebeurde ook wel dat in de wik, vooral als er een vrijhaven was, andere rechten en daar zelfs privileges golden. Handelaren en kooplieden genoten steevast bescherming van hun vorst en daarmee moesten de stadsvaderen rekening houden. Handelaren mochten b.v. een wapen dragen en konden hun waren tolvrij vervoeren. Het recht was verankerd, zodat een nieuw stadsbestuur hieraan niets kon veranderden. Sterker nog, de stadsraad moest er over ‘waken’, dat oude privilegiën niet verloren gingen. Om die rechten ook visueel aantoonbaar te maken, werden op de hoeken van het wyckgebied, vooral als er sprake was van een exclave, grensstenen geplaatst.

Heemkundige Historie Hans Hermans Heerlen