Russenkruis

Russenkruis monument (Foto: Miriam Hermans)

[9 juli 2008]

et Russenkruis staat in Vaals aan de Hoogweg en iemand die op de NL/B-grens onderweg is van paal 6 naar 7 komt er aan voorbij. Aan het Russenkruis gaat een verhaal vooraf en daarom eerst een beetje historie.

In 1913 bracht koning Albert I van BelgiŽ een bezoek aan keizer Wilhelm II van Duitsland. Aan tafel hoorde Albert van opperbevelhebber Helmuth von Moltke dat Duitsland van plan was om Frankrijk de oorlog te verklaren. Moltke voegde er meteen aan toe, dat Belgische weerstand zinloos zou zijn.
Albert wist dat BelgiŽ, in 1839 eeuwigdurende neutraliteit beloofd had, maar begin 1914 bestond het Belgisch leger, op papier, uit 142.500 man, doch 40.000 soldaten kwamen niet opdagen. Men beschikte over 93.000 geweren en 6000 sabelsÖ Van de zes beschikbare divisies kreeg de derde divisie de opdracht om het grensgebied bij het Drielandenpunt te verdedigen.

Op 2 augustus 1914 schonden Duitse legers onder aanvoering van kroonprins Wilhelm von Pruisen de Luxemburgse grens. Op 3 augustus verklaarde Duitsland de oorlog aan Frankrijk en een dag later aan BelgiŽ. Op 4 augustus om 7.20 uur trokken Duitse soldaten van het 25e Infanterieregiment vanuit Aken, via het Drielandenpunt naar BelgiŽ. Nederland nam het de Duitsers niet kwalijk, want prins Hendrik (1876-1934), was een Duitse vorst. Ook de opperbevelhebber van het Nederlandse leger generaal C.J. Snijders (1852-1939) had geen bezwaar en zei aan iedereen die het hoorde wilde dat Pruisen onoverwinnelijk is. Koningin Wilhelmina (1880-1962) stond aan de kant van haar man. Het Parlement was verdeeld, sommigen wilden de Fransen een lesje leren en het feit dat BelgiŽ zich in 1830 van Nederland losrukte was men nog niet vergeten. Achteraf mogen we van geluk spreken dat Nederland neutraal gebleven is.

Toen het front zich westelijk verplaatste en Duitsers hun troepen in BelgiŽ, via de IJzeren Rijn, een 48 km lange spoorweg in Nederland tussen Vlodrop en Budel, van munitie voorzagen, waren Engeland en Frankrijk woedend en beschuldigden Nederland van lafheid. Voor Nederland zat er niets anders op dan het tracť af te sluiten.
Duitsland zocht naar een andere oplossing en bouwde een spoorlijn ten zuiden van Limburg, die Aken met Antwerpen zou verbinden. Gemakshalve maakte men gebruik van de reeds in 1872 geboorde tunnel onder het Drielandenpunt. Maar in de vallei van de Geul, bij de plaats Moresnet, moest volgens de plannen van generaalbouwmeester GrŲner, een groot spoorwegviaduct met 1170 meter lengte en 58 meter hoogte boven de Geul gebouwd worden. De spoorlijn die nog steeds in gebruik is, heeft geen gelijkvloerse overwegen.
Aan de totstandkoming werkten Russische krijgsgevangenen, maar ook Belgische burgers werden verplicht om mee te werken. Duitse en Nederlandse burgers werden voor hun werk betaald.Rond het Drielandenpunt waren en zijn situaties soms erg verward. Mijn grootvader Johannes Hermans (1868-1922) had de Nederlandse nationaliteit, werkte in Aken en moest meehelpen aan de bouw van deze brug in BelgiŽ. Hij nam altijd een paar boterhammen extra mee en gaf die aan ondervoedde gevangenen. Die toonden hun dankbaarheid door het uitdelen van uit hout gesneden beeldjes.
Om Russische krijgsgevangen de vlucht naar het neutrale Nederland te beletten, werd er in 1915, tussen BelgiŽ en Nederland een afrastering geplaatst. Een levensgevaarlijke afscheiding, want de acht draden werden beurtelings onder 2000 volt gezet.
Vanaf NL/D-grenssteen nr. 196 tot nr. 193 stond de elektrische versperringsdraad op Duits gebied. Voor dit gedeelte werd elektriciteit geleverd door de bovenleiding van de tram van Aken. Vanaf NL/B-grenspaal nr. 1 tot nr. 369 in het Zwin, stond de draad op Belgisch grondgebied.
De draad was er niet uitsluitend om krijgsgevangenen de vlucht te beletten:

1.  Belgische mannen die gebruikt werden voor Arbeitseinsatz konden ook niet vluchten.
2.  Duitse deserteurs konden niet naar Nederland vluchten.
3.  Geallieerde soldaten konden niet via Nederland naar BelgiŽ.
4.  Geallieerden konden geen spionageactiviteiten vanuit Nederland organiseren.
5.  Vanuit Nederland kon geen propagandamateriaal verspreid worden.
6.  Zwarthandel en smokkel werd onmogelijk gemaakt
7.  De pakket- en brievenpost kon gecontroleerd worden.

Russenkruis (Foto: Hans Hermans)

Het verbaast niet, dat tijdens die oorlog meer dan duizend mensen door die draad om het leven kwamen. Voor de meeste mensen was elektriciteit onbekend en dat een draad dodelijk kan zijn, geloofde men niet. Vluchtelingen die het wel wisten, plaatsten een droog stuk hout klem tussen twee draden en bereikten met een dosis geluk de vrijheid. Op die manier kwamen regelmatig Russen vanuit BelgiŽ naar Nederland. Feitelijk moesten die mannen hier geÔnterneerd worden, maar of dat werkelijk gebeurde? Wel was er in Gaasterland een kamp voor Duitsers, was er op het eiland Urk een kamp voor 2000 Britten en waren er acht kampen voor de 30.000 Belgen.

Heel veel pech had een Russische gevangene die in de buurt van NL/B-grenspaal nr. 6 de elektrische draad met succes gepasseerd had, maar op de Nederlandse grens, door een Duitse soldaat gedood werd. Tientallen jaren hing aan het karkas van de oude Grenseik, ter nagedachtenis, een moordkruisje.
Was het feit, dat ik in 1987 Abraham zag, voor een kennis uit Vaals aanleiding een patriarchaal kruis cadeau te doen? Ik was er blij mee en had meteen een plek in gedachte. Even later stond het nieuwe Russenkruis voor de Grenseik. Tijdens boswerkzaamheden in de zomer van 2002 werd de Grenseik onherroepelijk vernield, maar het Russenkruis bleef onbeschadigd.

Toen op 11 november 1918 Duitsland capituleerde, kon Nederland balans opmaken. Het land stond er belabberd voor, maar in feite veel beter dan BelgiŽ en Frankrijk. Onze minister van Oorlog, De Jonge, eiste het ontslag van generaal Snijders, maar opnieuw sprong koningin Wilhelmina in de bres.
Als schadevergoeding ontving BelgiŽ de Duitse kolonie Ruanda-Urundi. BelgiŽ kreeg de Duitse gebieden Eupen, Malmedy en Sankt Vith. Ook toen 28 juni 1919 het pseudo-landje Neutraal-Moresnet bij BelgiŽ gevoegd werd was men nog niet tevreden. BelgiŽ eiste van Nederland de hele provincie Limburg, Zeeuws-Vlaanderen compleet met Westerschelde. Maar van zoveel hebzucht waren Engeland en Frankrijk niet gediend. De Belgische krant De Standaard kopte een dag later met chocoladeletters: BELGIň VERLATEN EN VERNEDERD DOOR ZIJN BONDGENOTEN. Nederland was er met zijn lafheid door het oog van de naald gekropen, want onze regering was Ďneutraalí.

Het kruis tussen de bomen (Foto: Hans Hermans)

Meteen na de oorlog ontfermden de boeren zich over de elektrische grensversperring. Houten palen en stalen draden waren uitstekend geschikt om weilanden te omheinen. Op diverse plekken in het Mergelland zien we in het vredig landschap ook nu nog de 5 mm dikke staaldraad als weidedraad.

Historische Heemkunde Hans Hermans Heerlen