Preuse

Preuse (Foto: Hans Hermans)

[24 juni 2008]

n Nederland spreken we over Preusbos en denken wel eens dat de naam afgeleid werd van Pruisen. Dat is chronologisch onmogelijk, want het Duitse Rijnland, met Aken, kwam pas naar aanleiding van het Weense Congres (1815) bij Pruisen, terwijl Habsburgse grensstenen met de tekst Preuse, langs de historische demarcatielijn tussen Oostenrijkse Nederlanden enerzijds en Aken als keizerstad van het Heilige Roomse Rijk der Duitse Natie anderzijds, reeds in 1724 geplaatst werden. Het toponiemen Preuse is dus op z’n minst 91 jaar ouder, dan de bepalingen verbonden aan het Weense Congres.

Ook in de Duitse en Belgische grenssteek dacht men aanvankelijk dat het Preusbos in een zekere relatie met Pruisen stond. In Aken werden zelfs tot 1950 toe abuizen gemaakt. Op straatnaambordjes van de weg die naar het Preusbos voert, stond Preussweg in plaats van Preusweg. Het scheelt slechts één letter. Maar als we weten dat in Duitsland de naam van het koninkrijk Pruisen (Preussen) met dubbele s geschreven wordt, merken wij de blunder. De bussen van de lijndiensten van de AVV, konden zich moeilijk schikken en vermeldden nog jaren daarna ‘Preussweg’ in de display van hun bussen. Ook op Belgische wandelkaarten en militaire topografische kaarten vermeldde men ‘Bois de Preuss’.

In 1970 schreef prof. Will Hermanns uit Aken het standaardwerk ‘Aachener Sprachschatz’. In dat boek maakte hij korte metten met de chronologische fouten uit het verleden en ruimde plaats in voor een dubieuze hypothese. Hij heeft gelijk, dat tot aan het einde van de vierde eeuw Romeinse soldaten in deze streek vertoefden. Natuurlijk maakten de Romeinen gebruik van het bos. Ergo, schrijft de professor, noemden de Romeinen hun bos Prosum. (…) Volgens de auteur betekent prosum zoveel als ‘nuttig bos’ en hebben de mensen er naderhand Preus van gemaakt. (…) Er zijn echter drie redenen om de hypothese van de professor in twijfel te trekken:

1. Voor ‘Nutzholz’ (werkhout) gebruikt men in het Latijn het woord materia.
2. Feitelijk waren alle bossen nuttig en onnuttige bossen bestonden niet.
3. Wie prolongeerde de naam Prosum, toen de Romeinen op de vlucht sloegen?

Toevallig had ik enige tijd geleden een onderhoud met een man uit het plaatsje Froidthier, in de buurt van Clermont sur Berwinne. De Waalse bewoners noemen hun plaatsje Freutchè en zij noemen het Preusbos Li bwès pireus. Omdat men in de Waalse volkstaal geen ‘neutrius generis’ kent, praten zij niet over ‘het’ bos, maar over ‘li’ bwès. Als de bosbodem uit silex (vuursteen) bestaat, dan spreekt men in Freutchè over Li bwès Pireus hetgeen we kunnen vertalen met: Het bos dat stenig is.

Als we alle feiten geregistreerd hebben, is het voor de hand liggend, dat de naam van het Preusbos afgeleid werd van het Waalse woord pireus.
Of andere toponiemen in het Mergelland, zoals Breusterbosch Bruisterbos bij Margraten en Breusj (Breust) bij Eijsden, via hetzelfde Waalse doorgeefluik geïmporteerd werden, zal nader onderzocht moeten worden.

Heemkundige Historie Hans Hermans Heerlen