Carboonkalksteen

Carboonkalksteengroeve (Foto: Hans Hermans)

[4 juli 2008]

eestal gaan steenpaalzoekers op stap om grenspalen te vinden. Maar het kan ook gebeuren dat iemand een ‘steen’ vindt met een nummer om vervolgens collega’s voor een dilemma te stellen. Een man uit Schijndel kreeg of vond een ‘grenssteen’ die zoals hij zei, afkomstig was uit Keent. Zijn vraag luidde: Wie kan er iets meer over vertellen?
Dilemma één: stond hij aan een weg of aan een water?
Dilemma twee: Was het een grenspaal of een kilometersteen?
Naar aanleiding van de foto die de man stuurde, zijn er drie feiten objectief:
De ‘grenssteen’ draagt de Romeinse cijfers CLXXXIII (183).

Volgens de ingesloten brachiopoden is hij uit carboonkalksteen. De steen is gelikt schoon en het lijkt wel alsof hij eergisteren gemaakt werd. Voor collega-seigneurs die frequent van paal tot paal onderweg zijn, zou het vrij eenvoudig zijn om hem als ‘grenssteen’ te herkennen. Als nummer 183 bestaat, moeten er tenminste nog 182 andere stenen zijn! Helaas, die stenen zijn tot nu toe niet bekend. Wel kon iemand zich herinneren dat er ooit ‘dijkpalen’ bij de Maas stonden, maar dat hij deze vorm nog niet eerder tegengekomen was. Iemand anders wist te melden dat het best een ‘Maaspaal’ zou kunnen zijn uit een andere provincie. Daarbij dacht hij aan nummer 183 bij de spoorbrug over de Maas bij Ravenstein, maar voegde er meteen aan toe: Het is maar een suggestie.

Vroeger toen de ANWB beter bekend was met de naam Wielrijdersbond en bij haar leden bekendheid genoot vanwege zijn kennis op topografisch gebied, kon men er inlichtingen vragen. Maar na een e-mailtje en een telefoontje naar de ANWB, weet ik dat het nu anders is.

Omdat de ‘grenssteen’ CLXXXIII gelikt schoon is, zijn de ingesloten fossielen van brachiopoden of schelpdieren heel goed te zien. Hier hebben we dus te doen met een object uit carboonkalksteen.
De steensoort bestaat voor 93% uit calciet en zou dus ‘kalkwit’ moeten zijn. Maar omdat de kalk verkoold is heeft er kleurverandering plaatsgevonden. Op sommige plaatsen is de steen grijs op andere bijna zwart. De Naamse steen is gitzwart, vooral als hij ook nog glanzend geboend wordt. De steensoort wordt al eeuwenlang gebruikt voor de vervaardiging van steenpalen. Bijvoorbeeld veel Adelaarstenen, waarvan er nu nog 20 rondom Aken staan. Ook de grensstenen van het condominium Neutraal Moresnet (26 juni 1816-28 juni 1919) zijn uit carboonkalksteen. Het zou jammer zijn, om hiermee het onderwerp af te sluiten.

Carboonkalksteenkerk (Foto: Hans Hermans)

In Nederland dagzoomt het Carboon alleen in het zuidelijkste puntje van Limburg. In het dal van de Geul in de gemeente Vaals komen carboonleisteen en carboonzandsteen aan de oppervlakte. Helaas, carboonkalksteen dagzoomt in Nederland nergens. Wel in het aanpalende Aken en ook in het dal van de Geul in België. Tussen Stolberg bij Aken en Visé in België ligt een ‘carboonrug’ Wie per spoor vanuit Aken naar Luik rijdt, geniet niet alleen van een rit door een prachtig landschap, maar ziet vanuit het treinraam ook een aantal groeves, waar deze steen gedolven wordt.
Rond het Drielandenpunt wordt de steensoort door de bewoners blausjtee genoemd. De Nederlandse vertaling blauwsteen ligt dan voor de hand. Maar er bestaan hier en daar nog een aantal aparte en soms exotische namen. Omdat deze steensoort in een zee ontstond, zien we niet zelden fossielen van schelpen en van de stengels van waterlelies. Voor de Engelsen was dat aanleiding om de steen Belgian fossil te noemen.Waarschijnlijk was er tijdens het Carboon een zwavelhoudend milieu, want op plaatsen waar de steen verwerkt wordt stinkt het naar zwavel. Carboonkalksteen wordt door steenbewerkers soms stinksteen genoemd. Iemand die een dorpel uit dit materiaal heeft spreekt over Naamse steen of over arduinsteen. De Fransen hebben er hardouin van gemaakt. Architecten die de steen gebruiken spreken over hardsteen of over blauwe hardsteen. Omdat de steen bijna zo hard is als graniet, spreekt men in het Belgisch Maasdal meestal over petit granit.

In het dal van de Geul, in de buurt van het voormalige Neutrale Moresnet, bevinden zich een paar oude groeves. De Emmagroeve bij Kelmis, is nu in gebruik als klimschool. Bij Walhorn ontstaat nu een nieuwe kolossale carboongroeve. De gemeente Kelmis veronderstelt dat ook nu nog bij de bouw van een nieuw huis, de regionale steensoort, zij het in beperkte mate, gebruikt moet worden.
Natuurlijk kan die steensoort ook gebruikt worden als bouwsteen. Twee bekende bouwmeesters uit Aken die bij voorkeur met carboonzandsteen werkten waren Johannes J. Couven (1701-1763) die barokke gebouwen ontwierp en daarna de uit Italië afkomstige bouwmeester Joseph Moretti (ca.1725-1793) die heel voorzichtig de stijlvolle neoclassicistische architectuur toepaste. Zij noemden deze steensoort Maria-Theresiamarmer.

In Lontzen, in de buurt van het vroegere Neutrale Moresnet, voltooide Moretti in 1770 de Hubertuskerk. Maar ook in Nederland was hij actief. In Vaals bouwde hij drie stadspaleizen. In 1761 kasteel Vaalsbroek, thans een hotelkasteel van de Bilderberggroep. In 1764 het Von Clermonthuis, thans gemeentehuis van Vaals en in 1793 kasteel Bloemendal, thans hotelkasteel van Van der Valk.

Heemkundige Historie Hans Hermans Heerlen

Echte Drielandensteen Vaals (Foto: Hans Hermans)


Foto 1:
De Carboonsteengroeve Emmaburcht te Kelmis. Kelmis is de huidige naam van het vroegere Neutrale Moresnet (26 juni 1816 - 28 juni 1919). In Luik praat men liever over La Calamine. Carboonkalksteen (ongeveer 300 miljoen jaar oud) was door de eeuwen heen een geliefd materiaal voor de vervaardiging van grensstenen. Maar ook talrijke kastelen, kerken en huizen, rond het Drielandenunt, werden met deze steensoort gebouwd.

Foto 2:
Uit Carboonkalksteen kunnen prachtige huizen gebouwd worden. Hier een foto van de Sint Hubertuskerk van Lontzen (bij Kelmis). De kerk werd van 1768 tot 1770 gebouwd uit Carboonkalksteen, naar een ontwerp van de bekende Italiaanse bouwmeester Joseph Moretti, die toen in Aken woonde. Moretti bouwde in Vaals drie stadspaleizen: De Bau, Vaalsbroek en Bloemendal.

Foto 3:
Natuurlijk is ook de enige echte Drielandensteen in Vaals uit carboonkalksteen.

Raamornamenten van carboon (Foto: Hans Hermans)

Foto 4:
Maria-Theresiamarmer noemde Johan J. Couven de steensoort.
Hiermee versierde hij de Sint Jan van Aken-Burtscheid.