Wigboldstenen (1)

n onze grote kast met verzamelde documentatie over grensstenen is een speciaal vakje voor Wigboldstenen. Dat we in Overijssel rijksgrensstenen en grenspalen kennen naast provinciale, gemeentelijke en domeingrenzen en zelfs een driekante-paal hebben voor de grens van het Drostambt Twente met Salland en Bentheim is bekend. Verder zijn er jachtpalen van adellijke heren. Bij het Lonnekermeer zag ik ooit paaltjes met LvH (Ludwig van Heek). En de Graven van Almelo hebben nog steeds een groot aantal stenen palen met hun wapen er op rondom hun rechtsgebied, die de grens met Ambt Almelo aangeven. Ook zijn er flinke palen met SD, voor Schoutambt Delden; twee daarvan staan zelfs midden in de stad Delden voor het gemeentehuis.

Rondom de stad Enschede (de oudst bekende stadsbrief is van 1325) lagen grote veldkeien die de grens van het rechtsgebied aangaven. In het proces verbaal van de grensscheiding van 1826 met de gemeente Lonneker staat, dat “ter meerdere zekerheid” bij steen 1 aan de weg naar Hengelo een extra paal zal worden geplaatst. Het is bekend, waar de stenen aan de uitgaande wegen lagen. Die hebben aangegeven, waar men het rechtsgebied van de “Vrijheid van Enschede” (deze term is van mij) binnen trad. Ze vormden een onregelmatige zeshoek: enkele tientallen meters buiten de grachten.

Komend van Hengelo (en … van Amsterdam !) passeerde men eerst de galg (waar nu het belastingkantoor staat). Dat was alvast een waarschuwing: “Pas op, hier heeft de magistraat de touwtjes in handen!”

Nu veronderstellen we in Enschede, dat deze grens (de zeshoek) samenvalt met de grens van het Stadgericht en het Landgericht.
In het Project Judex bij het gemeente-archief worden de stukken geanalyseerd en geïndiceerd door vrijwilligers.
Er zijn al banden van 1572, en vooral C.J. Snuif en Cato Elderink hebben er veel originele bronnen in gevonden. Het wemelt er van oude en nieuwe (en nog nieuwere) stadszegels van witte en rode lak. Soms tussen fraai gevormde strookjes papier. Ook van particulieren, die vaak zelf een eigen cachet met een familiewapen bezaten.

Maar de jurisprudentie geeft geen uitsluitsel over de betekenis der Wigboldstenen. Alle zittingen van het gericht werden vastgelegd in de protocollen. Daar is slechts incidenteel en sporadisch sprake van een “Wigboldsteen”. Op de ouderwetse manier, vóór de instelling van het kadaster, om een locatie nader aan te geven.

Er is weinig zicht op de betekenis van een “Wigbold” van Enschede.
Was er in Enschede sprake van een Wigbold?
Zelden komt men dit begrip tegen in de oude originele stukken.
Over de grens, in de graafschap Bentheim is een tekst bekend die meer licht kan geven over de betekenis van een Wigbold.

J.C. Möller schrijft in zijn boek Geschichte der Grafschaft Bentheim u.s.w. (uitgave 1879 – 1975, op pagina 170/171), dat de Graaf Egbert von Bentheim in 1295 privileges verleende aan de inwoners van Schüttorf en de “Weichbildsleute”. Wanneer ze een jaar en zes weken daar gewoond hebben, kunnen ze aanspraak maken op het vrije burgerschap. Volgens oud Saksisch recht en op bepaalde voorwaarden. In een voetnoot staat: Aan de heilige grenzen van de communen stonden heilige beelden. Tussen de stadsmuren en de Weichbilder ontstonden voorsteden, voorburgten, brinken. De mensen die dit betrof werden paalburgers genoemd. Want de heilige beelden werden later vervangen door “eenvoudige” palen, zoals ze nog te zien zijn in Lingen. Aldus onze oude pastor te Bramsche in 1879.

En nu twee vragen:
1. Wie kent literatuur over het begrip en de betekenis van een Wigbold?
2. Welke steden in Nederland / Overijssel / Twente hadden Wigboldstenen?

Dick Taat, Lonneker
[17 april 2008]