Van de grenzen van Enschede

Anno 1697

us Marca est, dat is “ieder heeft het recht zijn eigen gebied af te palen”.
Vanzelfsprekend is dit niet. Er zijn mensen, die denken dat Bezit eigenlijk Diefstal van de gemeenschap is.
Bij de Germaanse stammen, zoals de Tubanten, was er waarschijnlijk zo veel ongebruikte ruimte per persoon beschikbaar, dat eigen grondbezit iets bijzonders zal geweest zijn.
De Romeinen hebben de Rijn als grens met de Germaanse volkeren genomen en overal hebben ze grensmarkeringen, de zogenaamde 'limes', aangebracht. Wij spreken ook wel van de limieten als we het over grenzen hebben. Oude stukken vermelden, dat Enschede aan de uiterste Limieten gelegen was.

1. Al vroeg is naar de herkomst van de naam Enschede gespeurd.
De oudste vermelding die voorkomt in een oorkonde van 1119 luidt: “Anneschethe”.
In een veertiende eeuws capitularium staat in een afschrift van een oorkonde “Anneschedhe”.
Hiervoor is nog geen afdoende verklaring gegeven.

2. In 1600 beschreef Hendrik van Heuvel uit Epe in zijn “Westfalen-Spiegel” ook een deel van Oost Nederland. Uit het Latijn vertaalt hij “Ensceda” met “Ein Scheidung”. Duidelijk een grensgeval dus.

3. In 1697 verscheen een dik alfabetisch geordend woordenboek met taalkundige, historisch-geografische en andere verklarende teksten, samengesteld door Menzonis Alting. De titel van dit grote, zware werk (meer dan folioformaat) luidt: “Notitia Germaniae Inferioris”.
Onder ENZE lezen we (uit het Latijn, vrij vertaald):
“ENZE wordt in Utrechtse Perkamenten ook ANZE genoemd.
Het is een stadje met een grondgebied dat zich uitstrekt tot aan de gemeenschappelijke grenzen van de Bisdommen Utrecht en Munster.
Vandaar ook dat de naam Enschede, die het stadje nu draagt heel goed en zuiver gekozen is”.

N.B. Die Utrechtse perkamenten “boekjes” zijn nu niet meer te vinden. Althans niet door mij. Wie kent ze wel? Ze zijn waarschijnlijk verloren gegaan.

4. In de achttiende eeuw gebruikten de secretarissen van het Stadsgericht en die van het Landgericht steeds de naam Eindscheide of Eijndscheijde.

Men was zich terdege bewust van de betekenis van de grenzen van het Oversticht, waar de Utrechtse Bisschoppen (in naam) oorspronkelijk de hoogste positie bekleedden.
Totdat de Provinciale Staten met de Ridderschap en de Steden (R & S) de verantwoordelijkheid opeisten.
Vandaar dat op de grensstenen het woord Overijssel staat, of simpelweg een O.
In de verslagen van R & S en andere grensovereenkomsten is daar heel wat over te lezen.

5. De reiziger Harm Boom, die ook Enschede bezocht rond 1840, vermeldt de plaatselijke uitspraak: “Anze”. Tegenwoordig is dat in het dialect, het stadsplat: “Eansche”.

Hoe veranderd is de situatie tegenwoordig! Het kadaster meet en legt vast wat waar en van wie is. In het veld wordt met piketpaaltjes aangegeven waar de grenzen lopen.

Dick Taat
[20 maart 2008]